Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  
  16 november - drie-endertigste zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Spreuken 31,10-13.19-20
30-31
Matteüs 25,14-30

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Kostbare talenten

Als het over talenten gaat denken we aan begaafdheden of bekwaamheden. We zeggen dan bv. dat iemand talent heeft om te schilderen, of om te zingen of te koken. We kunnen veel talenten tegelijk hebben. We zijn dan getalenteerd, hoogbegaafd. In het algemeen spraakgebruik wordt 'talent' zo begrepen, maar in het evangelie heeft het woord een andere betekenis. Het is een gouden muntstuk ter waarde van 6.000 denaries.
Een denarie was wat een arbeider op één dag verdiende. De daglonen waren laag in de tijd van Jezus. Als we nu, in onze tijd, veronderstellen dat iemand 20 euro per dag verdient, wat heel weinig is, dan is 1 talent 120.000 €. Vijf talenten hebben dan een waarde van 600.000 en 2 talenten van 240.000 €. Het gaat dus om fabelachtige sommen.

De man die op reis ging in de parabel die vandaag wordt gelezen moet een miljonair geweest zijn. Hij gaf zijn drie knechten niet minder dan 960.000 € in bewaring.

De knecht die 5 talenten kreeg won er 5 bij. Hij gaf dus aan zijn baas die terugkwam 1,2 miljoen  € in handen. Dat is niet weinig! De tweede knecht won twee talenten bij en gaf 480 000 € terug. Vanzelfsprekend worden ze allebei geloofd en geprezen als uitstekende, goede en trouwe dienaars.
De pointe van het verhaal is echter de derde knecht. Die was bang voor zijn strenge meester. Hij had het talent dat hij gekregen had in de grond verstopt. Hij wou geen risico's nemen. Hij wou met die 120 000 euro zeker niet speculeren op de beurs, geen aandelen of obligaties kopen en het geld niet op een spaarboekje zetten. Vandaag zullen we wellicht zeggen dat die man groot gelijk had. Hij was correct en voorzichtig. Hij gaf zijn baas terug wat hij in bewaring had gekregen. Die moest maar zelf beslissen wat hij met zijn 120.000 € zou doen. In het verhaal dat Matteüs vertelt, was er blijkbaar geen financiële crisis zoals nu en de derde knecht wordt daarom slecht en lui genoemd en eruit gegooid.

Jezus, bij monde van Matteüs, vertelde deze parabel niet om ons te leren hoe we met ons geld moeten omgaan. Het gaat Jezus om het 'Gods koninkrijk', om het heersen van Gods Liefde in onze wereld. Dat is het waar het uiteindelijk om gaat. In het volgende hoofdstuk gaat het trouwens om wat wij het laatste oordeel noemen. In Jezus' tijd dacht men dat het einde van de tijden nabij was. Dat einde zou samenvallen met dat 'laatste oordeel'. Daarom staat er in de parabel dat de eerste en de tweede knecht mochten binnengaan in 'de vreugde van de Heer', in wat wij de hemel noemen. Ze mochten eeuwig delen in Gods vreugde, omdat ze vreemdelingen hadden opgenomen, naakten gekleed, hongerigen hadden gevoed, gevangenen en zieken hadden bezocht. Want dat is het criterium: 'Wat je aan de minsten van de mensen hebt gedaan, heb je aan mij gedaan.' Naastenliefde en Godsliefde gaan samen.

Als het in de parabel van de talenten gaat om reusachtige geldsommen, is dat een symbool voor het kostbaarste wat er is en waar het uiteindelijk God om te doen is, en wat Jezus zichtbaar maakte: Gods grenzeloze Liefde. God geeft zich als het ware bloot in Jezus Christus. En als Jezus de mens is naar Gods hart, die wij willen navolgen, gaat het om die typische, christelijke liefde van de bergrede en de parabels, bv.: de barmhartige liefde die 7x70 keer vergiffenis schenkt; die de vijand liefheeft, zoals de barmhartige Samaritaan die een halfdode vijandige Jood tot en met verzorgt; de ontroerende barmhartige vader die met overweldigende liefde zijn zondige, verloren zoon omhelst; om de liefde van Jezus die uitgaat naar zieken, armen, marginalen, onreinen, zondaars en tollenaars.

Waarom zou Jezus dan plots zo hardvochtig streng zijn, zoals de rijke man voor zijn derde knecht, die bang is en geen risico's durft te nemen? Het is typisch voor Matteüs dat hij soms de stijl heeft van vroegere donderpredikanten die dreigden met hel en verdoemenis. Matteüs heeft het dan over duisternis, geween en tandengeknars. Hij schrijft kort na de vreselijke vervolging van de christenen onder keizer Nero (+ 68). Ook al is het niet zo dat er voortdurend overal vervolgingen waren. Die waren soms zeer plaatselijk. Rampen of roddels konden soms in een stad een hetze tegen de christenen ontketenen. In ieder geval bleef het christendom toen een ongeoorloofde godsdienst en het christen-zijn bleef met levensgrote risico's verbonden. Het is dan toch normaal dat sommige christenen schrik hadden. Ze bewaarden wel hun geloof, maar durfden er niet voor uitkomen. Als Matteüs zo streng is voor die derde knecht, is dat een appel om, spijts het gevaar, als christen toch moedig en ijverig te blijven.
Jezus zou hun schrik begrepen hebben en niet meedogenloos onbarmhartig voor hen geweest zijn. God is niet een soort flitspaal. Hij staat niet achter hoek en kant om ons te betrappen en te bestraffen. Hij is geen God-controleur.

Het gaat er om God te laten gebeuren in ons leven en dus zijn koninkrijk te vestigen. De eerste en de tweede knecht in de parabel hebben gewoekerd met hun goudstukken. Zo worden wij geroepen om te woekeren met onze evangelische naastenliefde.

Onlangs was er in onze wijk een bejaarde man plots gestorven. Ik was blij verrast te vernemen hoeveel mensen zijn vrouw, die plots alleen viel, geholpen hebben. De ene buurvrouw bracht haar middag- en avondmaal. Een andere kwam het huis poetsen. Een buurman reed met haar, tamelijk ver, om haar bejaarde zus op te halen die een tijd bij haar zou blijven. Nog iemand anders deed de boodschappen. Als mensen zo goed zijn voor elkaar, is Gods rijk midden onder hen.
Dat wil de parabel over de talenten duidelijk maken: word de naaste van je medemens, sticht vrede, wees barmhartig, kom op voor gerechtigheid. Voel je daar verantwoordelijk voor: in de kleine wereld van het gezin, de familie, de buurtschap, in jouw dagelijkse leefwereld. Zij die wereldpolitiek in handen hebben, worden geacht hun specifieke verantwoordelijkheid op te nemen. We kunnen eventueel vanuit onze verenigingen druk op hen uitoefenen. De christelijke liefde staat open voor alle terreinen van het leven. Hoe dat moet gebeuren, moet iedereen, in geweten, uitmaken. Het evangelie geeft geen pasklare recepten. Het geeft het visioen van Jezus van Nazaret: het visioen van vrede, vreugde, liefde, gerechtigheid.

Dit visioen van het Gods Rijk mogen we niet begraven in de grond. We mogen het niet wegstoppen, maar hoog in het vaandel dragen. Onze houding tegenover de behoeftige en gekneusde mensen (en die zijn er overal) is de meetlat voor het 'laatste oordeel'. De strenge en soms dreigende Matteüs schrijft ergens ook dat het ene glas water dat we geven aan een dorstige, God niet zal ontgaan. Misschien begint het met dat ene glas water, als het eerste gouden talent. Maar geef toe dat je tot meer in staat bent. Zeker als je hart van goud is!

Rob Moens, dominicaan, Genk

 
  Prekenlijst