Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  
  26 oktober - dertigste zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Exodus 22,20-26
Mattes 22,33-40

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

De hele Bijbel in n zin
 

"Wat is het voornaamste gebod?" Wat is de clou van het christendom waar alles om draait? Kun je de Bijbel [mijn exemplaar: 1807 bladzijden kleine druk] eens samenvatten in n zin?
Het lijkt wel een vraag van een journalist van het televisienieuws die een item over het christendom moet maken, en daarvoor van zijn eindredacteur welgeteld 1 minuut en twintig seconden zendtijd toegewezen kreeg.

[ter info: De vraag naar de rangorde van de geboden was in Jezus' tijd een heikel discussiepunt. We moeten immers bedenken dat de joodse traditie inzake religie, moraal en cultus niet minder dan 613 geboden en verboden kent. Uiteraard waren niet alle regels even belangrijk, alhoewel... sommige schriftgeleerden - zeg maar de 'fundamentalisten' - aanvaardden geen rangorde en vonden dat al die ge- en verboden even belangrijk waren. Het gevolg was dat goedmenende mensen niet meer wisten waaraan of waaraf. Wel of geen rangorde, en zo ja, welke rangorde dan?]

Ik zou waarschijnlijk het spel niet meegespeeld hebben. Maar ik ben Jezus niet. Die nam die onmogelijke vraag wel serieus. Zijn antwoord is overbekend: "Heb God lief; heb je naaste lief als jezelf; en die twee vormen n geheel".

Twee? Dat tweede gebod 'Heb je naaste lief als jezelf' is eigenlijk een dubbelgebod. Want je moet van je naaste houden zoals je van jezelf houdt. Het voornaamste gebod is dus een soort drie-eenheid: Bemin God, bemin jezelf, bemin je naaste als jezelf.

'Jezelf mogen beminnen' is op zijn minst opmerkelijk. In de christelijke traditie wordt naastenliefde veelal gekoppeld aan 'jezelf tussen haakjes zetten', 'jezelf naar het achterplan verwijzen'. Je moet toch je leven verliezen om het te redden (Johannes 12,25)? Beweert Jezus hier dan het tegenovergestelde als Hij 'houden van jezelf' naar voren schuift als norm, als maatstaf voor onze naastenliefde?

Natuurlijk bedoelt Hij niet wat tegenwoordig in onze westerse cultuur zo geraffineerd wordt opgehemeld: jezelf koesteren, individualistische zelfverwennerij. Het gaat Jezus om iets heel anders, om respect voor jezelf, voor je lichaam en je ziel; heb zorg daarvoor, besteed op een fijne en zuivere manier de nodige aandacht aan dat godsgeschenk. 'Besef het goed: je mag er zijn' bedoelt Jezus. Voor niet weinigen is dit een deugddoende steun in de rug. Ze achten zichzelf z niets-waard dat 'je bent de moeite waard om van jezelf te houden' hun in de oren klinkt als een egostische ketterij. Maar nu horen ze het ook eens van een ander, van Jezus zelf! En Hij kan het weten. Als zjn Vader jou - met al je mogelijkheden en beperkingen - de moeite waard acht om van te houden, waarom zou jij jezelf dan niet de moeite waard mogen vinden?

En zoals je van jezelf mag houden, zo moet je dus ook je naaste liefhebben.
Uiteraard gaat het hier niet over de exclusieve liefde tussen twee mensen, die geen concurrentie verdraagt. Integendeel, Jezus heeft het over liefde als universele opdracht. Zodra een ander - wie hij ook weze - beroep op mij doet, sta ik voor de keuze: voorbijganger worden of naaste. Denk aan het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Op de vraag 'Wie is mijn naaste?' leert Jezus dat je niet de naaste van iemand bent omdat je toevallig in zijn buurt bent, maar dat je iemands naaste wordt, door hem hulp te verlenen. 'Liefhebben' in bijbelse zin is dus de ander een menswaardig bestaan verschaffen. In de eerste lezing werd dat heel concreet gemaakt: Tegen zijn volk zegt de Heer: 'Maak het de vreemdeling in je midden niet lastig, want vergeet niet dat je destijds zelf vreemdeling waart in Egypte en dat Ik jullie toen terzijde stond. Zorg goed voor de weduwen en wezen die geen bestaanszekerheid hebben; zo niet, dan krijg je met Mij te doen. Spring de noodlijdende bij, geef hem een renteloze lening, want je moet niet rijk willen worden op de kap van de arme.'
Van die oudtestamentische gedragsregels is de parabel over het laatste oordeel een echo (Mattes 25,31-46). De Heer vraagt niet 'Heb je mij liefgehad', maar wel: "Ik was hongerig, naakt, vreemdeling... En wat heb je gedaan?". Liefhebben is hier dus duidelijk een doe-woord. God liefhebben is: de zwakke naaste goed doen zoals jij zou willen dat jou wordt goed gedaan als jij hongerig, naakt, vreemdeling,... was.

Hier voel je hoe het drievoudig gebod van de liefde "Bemin God, bemin je naaste, bemin jezelf" een drie-eenheid vormt. En tegelijk dat God liefhebben een werkwoord is: de zwakke naaste goed doen zoals jij zou willen dat jou wordt goed gedaan als jij hongerig waart, of naakt of vreemdeling. Dat is het eerste en voornaamste gebod, zegt Jezus. Daar komt in wezen heel ons christen-zijn op neer.

Zo eenvoudig is dat. Althans in theorie.

Marc Christiaens o.p. (Schilde)

 
  Prekenlijst