Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  30 maart - Tweede paaszondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Handelingen 2,42-47
Johannes 20,19–31

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Weten en geloven
 

De Tomas die in het evangelie dat we vandaag lezen op het toneel verschijnt, wordt meestal de ‘ongelovige Tomas’ genoemd. Is dat terecht? Kunnen we Tomas ook niet zien als diegene die het niet kon verwerken dat die Jezus, die hij van nabij was gevolgd en die zijn grote voorbeeld geworden was, zó aan zijn einde kwam? Jezus was dood en lag voor Tomas nog steeds in het graf.
Misschien is Tomas een heel moderne gelovige, een gelovige van onze tijd. Hij had tijd nodig om de gebeurtenissen van de laatste tijd op een rijtje te zetten. Tijd om met zichzelf in het reine te komen. We zouden nu zeggen: ‘hij had nood aan een sabbattijd’ en daarom had hij afstand genomen van de groep apostelen. Tomas worstelde met zijn geloof in Jezus. Ik denk dat het heel herkenbaar is.

De andere leerlingen hadden zich veilig opgesloten, want ze waren bang, bang voor hun leven. Bang dat zij hetzelfde lot als Jezus zouden moeten ondergaan. Ook dit is heel herkenbaar.

De apostelen hebben daar waarschijnlijk, terwijl ze zichzelf veilig opgesloten hadden, gedaan wat mensen doen als iemand gestorven is die ze gaarne zien: herinneringen oproepen. Dat zou ongeveer zo kunnen gegaan zijn:

Weet je het nog toen hij met maar vijf broden en twee vissen al die mensen te eten gaf? Toen wisten we toch niet wat we zagen! Daar was toch een merkwaardige kracht in hem. Zou dat de kracht van God geweest zijn?
Weet je het nog toen we daar in dat bootje zaten en we hadden veel tegenwind. Hoe hij toen over het water naar ons toe kwam? Ja, zei Petrus, ik weet dat nog heel goed. Ik geloofde eerst dat ik dat ook kon, en ik kon het ook, maar toen ik begon te twijfelen kreeg ik natte voeten. Sindsdien weet ik dat hij iets met God te maken heeft.

Terwijl de leerlingen al die gebeurtenissen terug in elkaars herinnering brachten was, Jezus voor hen veschenen en wenste hen vrede. ‘Vrede’ is de genezing door de nabijheid van God. In de omgeving van vrede is er steeds onvrede, oorlog of ruzie of angst of bedreiging of… Steeds staan mensen dan voor de keuze zich te laten meeslepen door die onvrede, oorlog, ruzie, angst, bedreiging…, of zichzelf en anderen ervan te laten genezen door de nabijheid van een vredelievende God. Dàt hebben die bange en opgesloten leerlingen ervaren en ze werden er enTousiast van: ‘Hij leeft. Hij is niet meer dood. Hij leeft tussen ons. We hebben Hem gezien.’

Als Tomas dan terug bij de leerlingen kwam, kwam hij in een enTousiaste groep terecht. Omdat hij hun herinneringsgesprekken gemist had, verstond hij hun geestdrift niet.

Eigenlijk is dit evangelieverhaal een heel mooi staaltje van de spanning tussen geloof en wetenschap. Wetenschap streeft naar kennis van de exacte feiten. Geloof verwondert zich over gebeurtenissen. Of om het Gerard Bodifé na te zeggen: wetenschap is het verhaal van de feiten en geloof is het verhaal van de verwondering. Het is een verschillende benadering van dezelfde gebeurtenissen. Ze kunnen elkaar aanvullen. Wetenschap kan ons geloof behoeden voor naïviteit en fundamentalisme en geloof kan ons behoeden voor verstarring in de wetenschap of een gevoel van fatalisme.

De leerlingen zaten in de dynamiek van de verwondering. Zij zagen achter alles wat er met Jezus gebeurd was de aanwezigheid van God. Ze zagen in de manier waarmee Jezus met zijn lijden omging een kracht die nergens anders dan van God kon komen. Zij kwamen tot het besef dat die God van Jezus door niets of niemand kapot te krijgen is. Voor hen lag hij niet meer in het graf, maar kwam hij op een nieuwe manier tussen hen staan. Dàt probeerden ze Tomas duidelijk te maken, maar hij geloofde hen niet. Hij wilde de wonden zien en voelen. Hij zat in het verhaal van de feiten, van de wetenschap en stond nog niet open voor het verhaal van de verwondering.

Op het einde van dit verhaal zien we dat Jezus respect had voor het verlangen van Tomas. Jezus veroordeelde zijn zoeken naar feiten niet, integendeel, hij nodigde hem uit zijn wonden te bekijken en aan te raken. Zo kwam Tomas vanuit het ‘weten’, vanuit het ‘zien’, vanuit zijn ‘wetenschap’ tot geloof en sprak zijn geloofsbelijdenis uit: ‘Mijn Heer en mijn God’. Hij herkende in Jezus het handelen van God.

Het slot van het verhaal is heel mooi en bemoedigend. Niet alleen de leerlingen, maar ook iedereen die het leest, wordt ‘zalig’, ‘gelukkig’ geprezen. Iedereen die zonder te zien, durft en kan geloven. Zalig en gelukkig zijn we als we mee durven stappen in het geloofsverhaal dat anderen ons vertellen zonder zelf te moeten zien en aanraken. Als we meer durven en kunnen geloven dan dàt wat zwart/wit op papier staat. Als we vermoeden dat er méér is dan wat door de wetenschap kan bewezen worden. Als we het aandurven het verhaal van de verwondering verder te vertellen en te beleven.

Ik wens u allen veel durf en verwondering toe, en:… vertel je geloofsverhaal maar!

M.Louise Verlinden

 
Prekenlijst