| Preek van de week |
|
| 2 november - Allerzielen |
|
|
Lezingen:
Openbaring 21,1-7
U kunt
reageren |
||||||||
|
Allerheiligen en Allerzielen is
een duo, de voorkant en de achterkant van hetzelfde verhaal over leven en dood.
Allerheiligen is wat wij hopen: God die alle mensen naar zich toe trekt.
Gisteren Allerheiligen, vandaag Allerzielen. Bij jezelf stel je dan wel eens de vraag: waarom is die
man of die vrouw zo jong gestorven, waarom zo onverwacht? Waarom heeft die
persoon zoveel moeten afzien?
Op TV-Eén loopt er deze weken een
documentaire reeks met als titel: ’Doodgraag leven’. Vijf terminale
kankerpatiënten vertellen daarin hoe ze omgaan met hun ziekte en hoe ze
proberen om toch nog het beste te maken van de tijd die hen nog rest. Met
deze documentaire wil men de boodschap doorgeven dat er nog leven is vóór
de dood, ook al is het einde in het zicht. Een confronterend programma.
Want terminale zieken confronteren mensen met hun eigen sterfelijkheid.
Er is leven vóór de dood, zeker. Maar valt er ook iets
te vertellen over het leven na de dood? In het tv-programma kom je
daarover weinig of niets te weten. Eigenlijk moet dit stilzwijgen ons niet
zo sterk verwonderen. Het geloof in een leven na de dood is inderdaad geen
evidentie meer. Voor veel mensen is het zelfs in tegenspraak met de
tastbare feiten.
En toch weet ik dat er een groot verschil bestaat
tussen iemand die de dood beschouwt als het absolute einde (‘Alles is
voorbij’) en iemand die het afscheid en het sterven kan beleven als ‘ik
word verwacht. Ik mag thuiskomen in het Vaderhuis.’
Als de mens, ondanks de dood, een toekomst heeft, dan
is dat niet omdat hij uit zichzelf onsterfelijk zou zijn. Van nature is de
mens vergankelijk en sterfelijk. Dat er voor hem hoop op eeuwig leven is,
is gebaseerd op Gods trouw. God laat de mens nooit vallen, ook niet in de
dood.
In onze prestatiemaatschappij worden mensen vervangen
zodra ze niet meer nuttig zijn. Onvervangbaar ben ik alleen voor diegene
die mij liefheeft. Welnu, als God van ons houdt zoals we het geleerd
hebben van Jezus, dan zijn wij voor Hem onvervangbaar en dan kan Hij ons
ook niet loslaten in de dood.
Dat is een kwestie van vertrouwen. Zonder geloof en
vertrouwen redden wij het niet. Vertrouwen in de liefde van God zoals die
openbaar geworden is in Christus Jezus, die zegt ‘Ik ben de verrijzenis en
het leven, wie in mij gelooft heeft eeuwig leven.’
Allerheiligen en Allerzielen zijn belangrijke
feestdagen. Het zijn dagen waarop wij ons verbonden weten met die grote
stoet van mensen die ons voorgingen in het vertrouwen en het geloof dat
God ons thuisbrengt. Of we leven of sterven, Hem behoren wij toe. Alle
speculaties over wat er komt na dit leven mag je gerust achterwege laten
als je geloof en vertrouwen maar toenemen in een God die ons – of we leven
of sterven – blijft liefhebben.
Het geestelijk testament van zuster Emmanuelle, de
voddenraapster van Kaïro, dat tijdens haar uitvaart in de kathedraal van
Parijs werd voorgelezen begon met de zin: ‘De liefde is sterker dan de
dood. De diepe vriendschap die wij samen beleefd hebben, heeft een
eeuwigheidswaarde!’
Het leven van mensen speelt zich af tussen twee
getallen, hun geboortedatum en hun sterfdatum. God echter bemint ons niet
voor de korte duur van ons aardse bestaan, maar voor altijd. Zijn liefde
duurt eeuwig.
Gerard Braet o.p., Knokke |
| |