Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  9 december - tweede adventszondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Lezingen:

Jesaja 11,1-10
Matteüs 3,1-12

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Durven dromen
 

Het zou ons goed doen opnieuw af en toe eens een pagina poëzie te lezen. Anders worden we hard van hart in een wereld van ijzer en beton. Anders geloven we wellicht dat het geluk van mensen van dezelfde makelij is. Maar zo komen we in een woestijn terecht en gaan we knielen op het verkeerde been. Een vleugje poëzie lezen is daar een goede remedie tegen. Ook al ligt dit literaire genre niet goed in de markt. Ook al is de dichter in dit geval al vele eeuwen dood.
Het gaat om Jesaja. Hij is een klassieke auteur, is dus actueel in elke tijd. Ik denk zelfs dat de advent ons daarvoor gegeven is: om ons in het dromen te oefenen.

Vandaag staat de kleuter centraal. Hij wandelt en heerst in de dierentuin. Een wolf en een lam, een panter en een geitje, een kalf en een leeuwenjong, een koe en een berin, een leeuw en een rund.
Alleen in onze diepste dromen kan een kleuter ze bij de leiband nemen. Alleen in onze onbewaakte nachten kan een klein kind zijn hand steken in het nest van een slang. Alleen in onze slaap speelt het kind in het hol van de adder.

Dat moet dan ooit onze redding worden, want wij, volwassenen, zijn bang. Wij zijn bang van een wolf en een panter, van een hond en een tijger, van een leeuw en een slang. Ze houden ons krampachtig de ogen geopend en onze deuren dicht.

Met dieren in ons hok houden wij de andere mens buiten onze poort - 'hier waak ik' -, want de beesten: ze bijten. Zo houden we onszelf verborgen achter dikke gordijnen, want de meeste mensen,  ze slaan!

Beesten maken ons bang, omdat ze ons aan mensen doen denken... Want wij zijn bang van de mens. Bang van de meester in de klas en van de leerling naast onze bank. Bang van de man in uniform en van alles wat naar politie ruikt. Bang van de mens in de donkere straat. Van de late klop op ons raam. Bang van de roeper en de schreeuwer. Bang van slaande argumenten en van het gif van de jaloerse mens. Bang ook van de overste, die niets vergeet en niets vergeeft. Bang van de mens, die ons kwaad onthoudt.

Maar boven alles zijn wij bang van onszelf. Dat we zullen falen en het aan onszelf nooit zullen vergeven. Dat wij ééns onze eigen schijn onder ogen zullen zien. En dan weten dat wij ziek zullen worden van onze grote pijnlijke waarheid.

Maar nu is het advent, tijd om de doos van onze dromen open te doen. En onszelf terug te zien als het kind in het witte gewaad. En zo vrij te wandelen in het woud, dat de dieren niet meer bang hoeven te zijn van de bange mens. Want waarom blaffen zij en waarom blaffen wij? Misschien omdat de leeuw 'verlamd' wordt door het lam en omdat mensen vechten als leeuwen voor hun eigen lammetje?

Alleen in de droom zal een Kind ons genezen...
Het is bijna Kerstmis. Welkom, kind van onze dromen!...

Bron: Prekenaabod parochie Herent

 
  Prekenlijst