Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  29 juni  - Feest van Petrus en Paulus Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Galaten 1,11-20
MatteŁs 16,13-19

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

De dienst van het ambt en van het apostolaat
 

Petrus en Paulus staan in de kerk zo hoog in aanzien dat de zondagsliturgie voor hun feest moet wijken als hun feestdag, zoals dit jaar, op een zondag valt. Volkse heiligen zijn het eigenlijk niet. Wat hun populariteit betreft moeten ze het afleggen tegen heiligen als Franciscus van Assisi, Antonius van Padua, Catharina van SiŽna, de grote en de kleine Theresia, om er maar enkele te noemen.
Heiligen worden vereerd om de meest diverse redenen. Petrus en Paulus worden minder nadrukkelijk vereerd dan gevierd. De viering van hun feestdag is de gelegenheid om hun betekenis voor de kerk, ook nog vandaag, met een aparte nadruk in de verf te zetten..

Paulus zal in de komende tijd uitgebreid voor het kerkelijk voetlicht gebracht worden. Men neemt aan dat hij ongeveer 2.000 jaar geleden geboren is. Daarom wordt de periode vanaf vandaag tot 29 juni 2009 een 'Paulus-jaar', waarin hij op veel manieren een bijzondere aandacht zal krijgen. Vandaag beginnen we daarmee, zonder Petrus te kort te doen.

Paulus is dikwijls 'de Apostel' genoemd, met een hoofdletter. Hij zit daar zelf voor veel tussen. Vooraan in de Galatenbrief (1,11-20) staat te lezen hoe hij zich, een beetje onvriendelijk gezegd, aan de andere apostelen heeft opgedrongen. Hij beriep zich op een bijzondere openbaring waarin hij door de verrezen Christus tot apostel is aangesteld en met een eigen opdracht belast: het evangelie verkondigen aan de 'heidenen'. Dat evangelie, schrijft hij, heeft hij niet van mensen ontvangen of geleerd. Jezus Christus is hem rechtstreeks geopenbaard. Voor zijn zending heeft hij geen enkel mens om raad gevraagd. De laatste apostel en de minste, schreef hij aan de KorintiŽrs (I, 15,8-9), maar de minste, dat meende hij niet.

Hij heeft zich heftig met hand en tand verdedigd tegen iedereen die zijn zelfdefinitie als apostel afwees of het niet eens was met de manier waarop hij 'zijn' evangelie predikte. Gelukkig maar, mogen wij nu zeggen, al heeft zijn heftigheid hem allesbehalve sympathiek gemaakt. Hij heeft ook Petrus in het publiek op zijn nummer gezet - nog eens: gelukkig maar - toen die leek terug te krabbelen op het punt dat van het grootste belang was voor de toekomst van de kerk. Je kunt christen worden, wie je ook bent, zonder je tot het jodendom te moeten bekeren zie Galaten 2,11-15). Daar afbreuk aan doen betekende de doodsteek voor het apostolaat van Paulus.

Aan Paulus dankt de kerk haar openheid zonder grenzen of beperkingen voor de hele wereld, voor mensen van alle talen en culturen. Aan hem danken we het kostbare evangelie van de 'vrijheid van de kinderen Gods'. Het is de leuze van de Antwerpse bisschop Vandenberghe: 'Vrijgemaakt voor de vrijheid'. Paulus schreef het aan de Galaten (hoofdstuk 5). Christus heeft ons bevrijd om in vrijheid te kunnen leven. Laat u toch niet weer verslaven, geloof toch niet dat u door naleving van de opgelegde wetten zelf uw heil kunt bewerken. Natuurlijk mag u uw vrijheid niet misbruiken door toe te geven aan zelfzucht. U moet elkaar dienen in liefde. In de liefde is de hele wet samengevat.
Natuurlijk is ook een gemeenschap van christenen niet leefbaar zonder regels en voorschriften. Maar ze hebben alleen een dienende rol: de ruimte scheppen waarbinnen iedereen zijn christelijke vrijheid optimaal kan beleven.

Men heeft aan Paulus nog andere titels gegeven. 'In zekere zin de eerste christen', want hij is de eerste van wie het getuigenis over Christus ons bereikte. 'De eerste theoloog van de christelijke geschiedenis', en nog altijd een van de grootste*. Maar hem 'de Apostel' blijven noemen, doet dat Petrus niet te kort?

Petrus vieren we als apostel op een andere manier dan Paulus. Anders door de bijzondere opdrachten die hem werden gegeven. Hij zou zijn naam waar moeten maken: de rots die de kerk moest schragen, met de macht om 'bindend te verklaren en te ontbinden' (MatteŁs 16,18-19). Het was zijn opdracht zijn broeders te bemoedigen (Lucas 22,33). Hij moest de zorg op zich nemen voor de hem toevertrouwde schapen (Johannes 22,17). Maar hij werd ook driemaal terechtgewezen.** De eerste keer zeer scherp, toen hij Jezus ervan wilde weerhouden de weg van het lijden te kiezen. "Ga terug, achter mij, Satan!" Een tweede keer, toen hij verklaarde dat hij desnoods zijn leven voor Jezus wilde geven: 'Je zult vreselijk tekortschieten, driemaal na elkaar zeggen dat je mij niet kent.' En toen hem het herdersambt was opdragen en hij vroeg wat er met de geliefde leerling van Jezus zou gebeuren, kreeg hij te horen: bemoei je daar niet mee.

Het mag extra onderstreept worden als we Petrus' feestdag vieren. Iedereen die een ambt bekleedt, moet de opdrachten die aan hem gegeven zijn ter harte nemen. 'Binden en ontbinden': mensen bijeenbrengen, wie of wat ze ook zijn, over alle verschillen heen die ze van elkaar scheiden of tegen elkaar opzetten. Mensen losmaken uit wat hen bezwaart. Vergiffenis schenken en bekering mogelijk maken. Mensen moed inspreken. Maar ook zij kunnen terechtgewezen worden als dit nodig is. Je geeft ergernis. Je kunt tekortschieten. Bemoei je alleen met de dingen de hele gemeenschap aanbelangen...

Petrus en Paulus: het ambt en het universele apostolaat. Bemiddelen tussen verschillende stromingen. Openheid voor de hele wereld.

* Peter Schmidt, In vrijheid, trouw en hoop, Averbode, 1992, p. 12 en 19
** Dries Morel, Zijn verhaal is ons verhaal, Tabor, Brugge, 1993, p. 344-345

J. Andersen

 
  Prekenlijst