Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  19 oktober - negenentwintigste zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jesaja 45,1.4-6
MatteŁs 22,15-21

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Dragers van Gods beeld
 

Het evangelie dat vandaag wordt gelezen is waarschijnlijk het best bekende voorbeeld van hoe Jezus de joodse leiders die zijn populariteit probeerden te breken herhaaldelijk schaakmat heeft gezet.
In de vraag waarmee ze naar hem toe kwamen zat een listige valstrik. Als hij ja antwoordde op hun vraag over de belastingen aan de keizer, konden ze het volk waarschuwen: pas op voor die man, hij staat aan de kant van de collaborateurs met de Romeinse bezetter. Antwoordde hij neen, dan konden ze hem met de vinger wijzen: zie je wel, hij preekt opstand tegen het gevestigde gezag.
Maar Jezus liet er zich niet inluizen. Zijn antwoord is een gevleugeld woord geworden.
'Geef aan de keizer wat hem toekomt, en aan God wat God toekomt.' Zo kaatste hij de bal terug.
"Ze stonden verbaasd", noteert MatteŁs. "Ze lieten hem met rust en gingen weg."

Als de verbazing van de joodse autoriteiten hen tot nadenken heeft aangezet, zullen ze de betekenis van Jezus' woorden wel gevat hebben. Misschien konden de Joden niet anders dan in hun handel en wandel van de Romeinse munt gebruik maken, maar dit betekende een feitelijke erkenning van het gezag van de keizer. Op de muntstukken stond echter onder de afbeelding van de keizer het opschrift 'Tiberius, zoon van de goddelijke Augustus'. Zo ver kon hun erkenning onmogelijk gaan. Een vorst - en dan nog wel een vreemde - met de eigenschappen en pretenties van een god, dat was voor hen een gruwel. Toch zijn hun leiders volgens het evangelie van Johannes zo ver gegaan, om Jezus dodelijk te kunnen treffen. Toen Pilatus hem na zijn geseling naar buiten liet brengen en vroeg: 'zal ik dan uw koning kruisigen?', riepen ze: "We hebben geen andere koning dan de keizer!' (Johannes 19,15). Voor de terechtstelling van Jezus hebben ze - steeds volgens Johannes - de prijs van een politiek verraad van hun religieuze identiteit betaald.

Belgische euromunten worden in de volksmond soms nog 'albertjes' genoemd omdat op de achterkant koning Albert II staat afgebeeld. Maar voor hun waarde heeft dit geen enkel belang. Die ontlenen ze aan het gezag van de Europese muntunie. Aan de keizer geven wat hem toekomt betekent voor ons dat we de plicht hebben te gehoorzamen aan de wetten van de Belgische staat, de fiscale wetten inbegrepen.

Maar hoe geven we aan God wat hem toekomt?

Volgens het jongste scheppingsverhaal heeft God de mens, man Ťn vrouw, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis (Genesis 1,26 v.). Hierdoor verschillen de mensen radicaal van dieren en planten. Het is een gewaagde vergelijking, maar het evangelie geeft er aanleiding toe: zoals elk muntstuk en alle bankbriefjes hun waarde ontlenen aan de autoriteit waarvan ze een afbeelding dragen, zo krijgt elke afzonderlijke mens zijn of haar waarde van God omdat hij of zij drager is van Gods beeld. Maar er is ook een fundamenteel verschil. Muntstukken en bankbriefjes zijn dingen, ze kunnen met elkaar uitgewisseld worden. Met mensen kunnen we dat niet, ze zijn geen dingen. Elke afzonderlijke mens is uniek en bezit zijn of haar onvervangbare waarde, God zelf staat daar borg voor.

Aan God geven we niet alleen wat hem toekomt door de praktijk van onze godsdienst: bidden, liturgie vieren. We geven hem alleen ten volle wat hem toekomt als we de onvervangbare waarde van elke mens erkennen en tot haar recht laten komen. Ik kan het ook omdraaien. Aan God wordt onthouden wat hem toekomt overal en telkens waar en wanneer een mens in zijn of haar menselijkheid wordt miskend, wanneer en waar een mens niet meetelt, wordt vertrapt en onder de voet gelopen.

Van hier naar de mensenrechten is het maar een kleine stap. Het is, om te beginnen, geen politieke stap. Christenen hebben geen plechtige verklaringen en internationale verdragen nodig om de fundamentele rechten van elke mens, gegrond in zijn of haar intrinsieke waardigheid als drager van Gods beeld, hoog in het vaandel te dragen. Maar daaruit moeten wel politieke stappen volgen, want christenen kunnen onmogelijk lijdzaam toezien waar mensen ergens worden miskend, vertrapt en onder de voet gelopen. Het zal wel duidelijk zijn dat het om veel meer gaat dan om 'misdaden tegen de menselijkheid'. Het gaat ook, en wel eerst, om de kwaliteit, of het gebrek eraan, inzake 'menswaardigheid' van het politieke bestel en de overheden waaraan we als burger moeten geven wat hen toekomt.

Aan God geven wat hem toekomt vereist van ons een alerte, op menselijkheid betrokken bemoeienis met de politiek.

B.J. De Clercq o.p.

 
  Prekenlijst