Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  5 oktober - zevenentwintigste zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jesaja 5,1-7
Matteüs 21,33-44

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Een oproep tot bekering
 

Het beeld van de wijngaard is heel vertrouwd in de bijbelse literatuur. Het wordt vaak geassocieerd met een intieme relatie. Ook het gebruik van dit beeld om de relatie tussen God en het volk tot uitdrukking te brengen, roept een bijzondere vertrouwelijkheid op. Zoals liefhebbende partners elkaar nabij zijn in de wijngaard, zo ook God en zijn volk. Al zijn er in Zeeland geen wijngaarden, we kunnen ons daar toch wel iets bij voorstellen.
En toch is oplettendheid geboden. De gelijkenis van de wijngaard heeft namelijk een bewogen geschiedenis achter de rug. Een geschiedenis met bijzonder pijnlijke gevolgen voor de relatie tussen christenen en joden. De parabel is namelijk vaak zo uitgelegd dat hij uitbeeldt wat zich feitelijk heeft afgespeeld in de relatie tussen beide gemeenschappen: de christenen hebben de plaats van het ongelovige joodse volk ingenomen. Vanwege zijn onverbeterlijke halsstarrigheid heeft het volk Israël zijn bijzondere positie als uitverkoren volk verspeeld. Zij hebben immers, zoals de parabel suggereert, de profeten die door God gezonden waren verworpen. Uiteindelijk hebben ze zelfs de zoon van God vermoord. Daarom is de liefde van God uitgegaan naar een volk dat wel naar de profeten luistert, en dat zijn zoon wel erkent: de christelijke kerkgemeenschap.

Deze voorstelling heeft de joodse gemeenschap in een bijzonder negatief daglicht geplaatst. Men heeft hen inderdaad beschuldigd van godsmoord. Jezus was toch de enige zoon van God. Op grond hiervan is de joodse gemeenschap in de loop van de geschiedenis ettelijke keren vervolgd geweest en het voorwerp geworden van spot en haat. Het duurt tot het pontificaat van paus Johannes XXIII eer daar voorgoed verandering in komt.

En inderdaad, een aandachtige lezing van de context waarin deze parabel thuishoort, laat een andere ‘pointe’ zien. We zitten volop in de polemische sfeer die zich in de loop van Jezus’ optreden heeft ontwikkeld. Een vijandige sfeer ten aanzien van de hogepriesters en de oudsten van het volk. Zij interpelleren Jezus over zijn bevoegdheid. Omtrent hetgeen hij doet en zegt. Jezus geeft echter geen antwoord rechttoe rechtaan. In plaats daarvan vertelt hij een parabel. Een verhaal met een dubbele bodem, met de bedoeling zijn tegenstanders te confronteren met hun eigen houding.

Het incident situeert zich namelijk op een ogenblik dat het einde van het Matteüsevangelie in zicht komt. We naderen de ontknoping. Het is al een hele tijd dat de leiders zich ergeren aan zijn optreden, omdat ze voelen dat hij hun gezag ondermijnt. Daarom ook komen ze luisteren naar wat hij te vertellen heeft. En telkens weer komt hun ergernis tot het kookpunt: ze kunnen zijn bloed wel drinken. Steeds vaker proberen ze hem daarom te schofferen en in verlegenheid te brengen.

Jezus is hen echter te slim af. Hij gaat niet in op het debat. In plaats daarvan vertelt hij een verhaal dat iedereen begrijpt. Maar met een dubbele bodem. Over een prachtige wijngaard die een grote oogst opbrengt en over pachters die helemaal geen zin hebben om de oogst af te staan aan de rechtmatige eigenaar.

Iedereen begrijpt het verhaal: de pachters zijn de machthebbers. Zij hebben de zaak onder controle. En het verhaal maakt duidelijk hoe Jezus over hen denkt: hun dagelijkse bezigheden hangen aan elkaar van list en bedrog. Wat dat oplevert is dood en ellende. De mensen die recht hebben op de vruchten van de grond, trekken aan het kortste eind. De omstanders snappen meteen wat Jezus bedoelt. De gewone mensen komen te kort door de listen en het bedrog van de machthebbers. Ze komen zelfs zoveel te kort dat ze er onder door gaan. Geen sprake van gerechtigheid, van eerlijkheid, van ‘allen zijn geroepen’. En Jezus laat zijn toehoorders zelf het oordeel uitspreken over de pachters. "Wat dunkt u", vraagt hij hen. "Hij zal hen een ellendige dood doen sterven en de wijngaard aan anderen geven die wel de vruchten afdragen."

Die eerste woorden die de omstanders uitspreken klinken hard. We begrijpen echter de verontwaardiging die er in doorklinkt en we zouden allicht ook zo reageren. Het valt echter op dat Jezus zich die woorden niet eigen maakt. Zijn oordeel is veeleer een oproep. Hij zegt: "het rijk Gods zal u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat wel de vruchten opbrengt". Hij spreekt geen veroordeling uit. Hij vertelt de parabel eigenlijk als een ultieme poging om mensen tot inkeer te brengen. Om hen tot het besef te brengen dat list en bedrog niet thuis horen in het rijk van God.

En inderdaad, na de moord op zijn zoon, is de heer van de wijngaard niet terug gekomen om de pachters uit te roeien. Er is geen sprake van vergelding. God neemt geen wraak. De verrezen Christus is evenmin teruggekeerd om de joden te veroordelen. Hij neemt geen wraak. De parabel is bedoeld als een laatste poging om mensen tot inkeer te brengen. Wanneer de verrezen Christus terugkeert, dan is het om zijn geest te schenken aan wie zich daarvoor openstelt. Zo doorbreekt hij de spiraal van geweld en agressie, van list en bedrog. Zo maakt hij echt een nieuw begin. Zoals Jezus geleefd en gesproken heeft, zo begint het nieuwe leven. Het vraagt van allen een houding van openheid en ontvankelijkheid. De terugkeer van Christus betekent geen afrekening, maar de gave van zijn geest aan allen die zich daarvoor open stellen.

Ignace D’hert o.p.

 
  Prekenlijst