| Preek van de week |
| 5 oktober - zevenentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 5,1-7
U kunt
reageren |
||||||||
|
De wingerd van de schepping Oktober is de maand van de druivenoogstfeesten. En daar
horen liederen bij. Zo’n lied beluisteren we vandaag in de eerste lezing uit de
profeet Jesaja. Ervaren wij niet iets gelijkaardigs in de wingerd van
ons leven, in de tuin van de schepping, waarin wij Adam en Eva zijn? Als
we al vruchten dragen, we proeven dikwijls vooral hun bitterheid. Want ze
smaken naar tranen en zorgen, naar droefheid en moeite, naar naijver en
oorlog.
Te onnadenkend wordt de tuin van de schepping geweld
aangedaan: vergiftigde grond, zure regen, verontreinigde lucht, vervuilde
rivieren, wanverdeling van de vruchten der aarde, hongerende kinderen en
vereenzaamde mensen.
De wingerd van het leven lijkt ten prooi aan misgroei
en verwildering. Maar uit kracht van het hoopvol christelijk geloof geven
christenen zich aan zulk doemscenario niet gewonnen niet gewonnen.
Intussen zet Jesaja’s lied zijn toehoorders, ook ons,
er wel toe aan na te denken hoe het de wijngaard verder zal vergaan. Zijn
lied confronteert met de onafwendbare vraag: Hoe moet het verder met de
schepping, met de wereld, met de kerk, met ieder van ons persoonlijk? We
dragen de verantwoordelijkheid om hierop een leef- en vruchtbaar antwoord
te geven. Ons geloof zegt ons toch aan dat God zijn wijngaard aan
ons heeft toevertrouwd en hem bedoeld heeft als een plek die goede
vruchten kan voortbrengen voor allen; een plek ook waar geen mens door
politieke, sociale of religieuze structuren wordt gekleineerd, onderdrukt
of onmondig gehouden.
Daarom moeten gelovigen opstandig zijn, opstaan uit
kracht van de opgestane Heer en onvermoeibaar Gods schepping en zijn
wingerd in deze wereld blijven eerbiedigen en behoeden opdat hij
wereldwijd vruchtbaar mag zijn. Pleiten voor een vruchtbare wijngaard is
tegelijk zich inzetten voor de heelheid van elke mens zodat geen nog
verhongert of vereenzaamt.
Laten we geen roofbouw plegen op wat de wijngaard ons
aan goede vruchten te bieden heeft maar de diepste bronnen van leven op
aarde in ere houden. Laten we in gedeelde verantwoordelijkheid samen werk
maken van het behoud van de tuin van de schepping die ons in erfpacht is
gegeven. En de wingerd van het leven zo cultiveren dat hij rijke, goede
vruchten draagt. Herman Van Tulder o.p., Knokke |
| |