| Preek van de week |
| 28 september - zesentwintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Ezechiël
18,25-28
U kunt
reageren |
||||||||
|
Telken nieuwe kansen 'Op de korte parabel over de twee zonen die we vandaag
lezen zullen velen van ons met erkenning reageren: ja, ik heb ook twee
zulke kinderen of kleinkinderen. De een zegt ja, maar kan zich niet
losmaken van zijn computerspelletjes. De andere sputtert tegen maar doet
het wel. De parabel eindigt met de vraag: wie van de twee heeft
nu de wil van zijn vader gedaan? Wij kennen het antwoord: ’De zoon die nee
zei en ja deed.’
En voor wie de gevolgen van zijn antwoord nog niet
heeft ingezien voegt Jezus er een shockerende constatering aan toe: ’de
tollenaars en de publieke vrouwen gaan eerder dan jullie het rijk Gods
binnen!’
Daaruit moet je niet besluiten dat God mensen liever
ziet naarmate ze slechter zijn, alsof die de beste weg bewandelen. Dat zou
pas shockerend zijn. Jezus bedoelt: ik stel maar vast dat die tollenaars
en publieke vrouwen die door jullie - hogepriesters en oudsten van het
volk - afgeschreven zijn, gevolg hebben gegeven aan de oproep tot bekering
van Johannes de Doper. Voor God zijn ze niet afgeschreven. Dat is een
boodschap die ze maar moeilijk kunnen aanvaarden.
Gods wegen zijn blijkbaar anders dan onze wegen. Maar
wat is het verschil? Laat ons eerst duidelijk maken hoe wij aankijken en
oordelen op wat moreel verkeerd loopt in het leven van mensen, om daarna
beter het verschil te zien.
Onze overtuiging is dat iedereen verantwoordelijk is
voor zijn daden en onverantwoord gedrag moet worden gestraft. En dat is
terecht. Niets is ondraaglijker voor de mens dan op een onrechtvaardige
manier te worden behandeld of afgemaakt. Ik kan die ouders wiens zoon in
het centraal station van Brussel om een MP3speler doodgestoken werd begrijpen als ze
zeggen dat ze geen boodschap hebben aan verontschuldigingen. ‘Want wat die
twee tieners ons hebben aangedaan is het ergste wat er bestaat. Er bestaat
geen passende straf.’
Of je nu het slachtoffer of de dader bent, kwaad en
onrecht blijven je achtervolgen. Sommige mensen dragen het heel hun leven
mee en gaan er aan ten onder. Anderen lukken er in om het te boven te
komen. Het laat soms wel diepe littekens na, maar ze groeien er bovenuit.
Het leven herpakt zich. Gelukkig maar.
Wat maakt Gods’ levensweg nu zo anders? Als we hier
over de andere weg van God spreken, gaat het niet over het beleid van God
dat soms ons levensbeleid onverwachts doorkruist. Het gaat niet over onze
broze plannen van geluk waar tegenslagen telkens weer een streep door
trekken. Nee, het gaat veeleer over het andere gedrag dat God er op
nahoudt.
Hij is geen vader die kwaad reageert op elk
tegensputterend ’neen’ van de mens. Want als de mens terugkomt van zijn
verloren weg, zoals Ezechiël zegt, draagt God hem zijn verleden niet
achterna. Bij mensen blijft kwaad en onrecht onuitroeibaar en het blijft
hen achtervolgen.
God achtervolgt ons niet. Altijd opnieuw krijgt de mens
de kans om een ommekeer te maken. Zich terug op het rechte spoor te
zetten. God biedt iedere mens telkens opnieuw de kans om mens te zijn
ondanks zijn fouten. En dat maakt het grote verschil uit.
Een Vader had twee zonen en beide worden ze opgeroepen
tot bekering: de eerste wordt door Jezus opgeroepen tot trouw aan zijn
belofte. 'Ja' zeggen en het ook doen, ondanks alles. En de tweede wordt
opgeroepen tot ommekeer, tot levensverandering. Twee zonen waren het die
zicht moeten bekeren...
Jezus vertelde niet alleen deze parabel, Hij was ook
die parabel. Kijk maar welke mensen hij rond zich verzamelde en met wie
hij gemeenschap wilde vormen. Uitgestotenen, mensen die het volgens de
klerikale leiders van toen niet hadden verdiend. De mens mag mens blijven,
ook al heeft hij gefaald. Bevrijdende woorden zijn dat voor mensen die het
niet hebben verdiend. Dat is goddelijke liefde.
Als wij daar stapsgewijze kunnen in meegaan, behoren
wij tot de gemeenschap die Jezus ter harte ging. Gerard
Braet o.p., Knokke |
| |