Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  7 september - drie-entwintigste zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Ezechil 33,7-9
Romeinenbrief 13,8-10
Mattes 18,15-20

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Elkaars profeten
 

Over profeten spreken we tegenwoordig nog zelden. Ze heten nu trendwatchers, of beursgoeroes. Maar ze hebben dezelfde functie als eertijds de bijbelse profeten. Het zijn wachters. Ze moeten de tekenen van de tijd gadeslaan, ze proberen te doorgronden en ons waarschuwen over wat er misschien, waarschijnlijk of zeker zal gebeuren. Dat verwachten we ook van de weerprofeten.
Ezechil was zon profeet, door God zelf als wachter over het volk aangesteld. Hij moest zijn werk doen, ook als dat niet plezierig was omdat hij als onheilsprofeet moest optreden.
Onheilsprofeten hebben wij vandaag genoeg, maar de grote moeilijkheid is meestal dat we niet weten wie de goede, de betrouwbare en wie de slechte, de valse profeten zijn. Maar echte profeet zijn wij zelf in elk geval, ieder van ons, wanneer we onze broeder of zuster waarschuwen en terechtwijzen als hij of zij van het rechte pad is afgeweken.
Naar profeten wordt in veel gevallen niet geluisterd. De kwalijke gevolgen daarvan zijn dan niet voor de profeet, maar voor diegene of diegenen die niet willen luisteren. In het licht daarvan moeten we de vermaningen van het evangelie van deze zondag uitleggen.

Het evangelie begint met de situatie waarin iemand tegen jou iets heeft misdaan. Zo staat het niet in de oudere Nederlandse vertalingen: tegen jou. Maar het moet er wel degelijk bij staan, zeggen hedendaagse schriftgeleerden en het staat nu ook in de NBV.
Het gaat hierom: als je kwaad van iemand hebt ondervonden, moet je niet beginnen met dat overal rond te bazuinen. Je moet niet direct gaan schreeuwen als je geslagen wordt. Neen, je moet de persoon in kwestie onder vier ogen spreken. Als hij luistert en als de zaak onder elkaar wordt geregeld, heb je je broeder gewonnen, zegt de tekst. Dit verwijst naar wat er vlak vr in het evangelie staat: het verloren schaap dat door de herder ten koste van veel inspanning wordt teruggevonden (Mattes 18,12). Je moet je zo hard mogelijk inspannen opdat je je broeder niet zoudt verliezen. Het gaat er dus niet om, of toch niet in de eerste plaats, dat jij voor jezelf genoegdoening krijgt, het gaat om je broeder die je niet mag kwijtspelen. Wij dragen verantwoordelijkheid voor de ander als die ons kwaad heeft gedaan.

Maar het gebeurt dikwijls dat het onder vier ogen niet lukt. Het gebeurt ook dikwijls dat we mensen kwaad zien doen waardoor de gemeenschap wordt geschaad. In dat laatste geval zullen de meeste mensen meestal geneigd zijn te zeggen: dat trek ik me niet aan, daar kom ik niet in tussen. Het evangelie zegt: bel niet onmiddellijk naar de politie, stap niet direct naar de rechter, maar haal er twee of drie getuigen bij. Als de persoon in kwestie wil luisteren, dan hebben we onze broeder gewonnen. Pas als dat niet blijkt te lukken, ondanks al onze inspanningen, kunnen we niet anders dan de zaak in het openbaar brengen. Voor de hele gemeente, zegt het evangelie. En pas wanneer alles wat we hebben geprobeerd geen resultaat oplevert, pas wanneer alle mogelijkheden helemaal zijn uitgeput zonder dat we iets konden bereiken, pas ten langen laatste, raken we onze broeder kwijt en zullen we hem uit de gemeenschap sluiten. Pas dan is hij verloren en zullen we hem beschouwen als een heiden of tollenaar.

Kijken we nu even naar het stukje uit de Romeinenbrief van St.-Paulus. Het is een korte boodschap die drie keren wordt herhaald om te onderstrepen hoe belangrijk ze is. De enige schuld die we tegenover elkaar hebben is de onderlinge liefde. Je naaste liefhebben is zijn profeet zijn, er je verantwoordelijk voor weten dat hij niet verloren gaat.

Hoe zwaar die verantwoordelijkheid is, wordt met een zekere plechtigheid benadrukt in de laatste zinnen van het evangelie. 'Voorwaar', zegt Jezus, waarmee hij bedoelt: luister nu goed. Wat jullie zullen binden of ontbinden op aarde, zal ook in de hemel gebonden of ontbonden zijn." Men heeft dat in de traditie meestal toegepast op de biecht, maar we moeten het veel breder opvatten. Wat wij mensen elkaar aandoen, ten goede of ten kwade, telt ook voor God. Dat is de enorme verantwoordelijkheid die op onze schouders rust. Maar we kunnen ons laten helpen. Want, zo besluit Jezus, wanneer twee van jullie eensgezind op aarde iets vragen, wat het ook is, zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren.

Mijn besluit is dan ook zeer eenvoudig: laten we er eensgezind om vragen dat we nooit zouden reageren zoals Kan toen hem werd gevraagd wat er met zijn broer was gebeurd. Dat we nooit op zo'n vraag die aan ons over een medemens wordt gesteld, zouden antwoorden: ben ik dan mijn broeders hoeder? Dat we het nooit zouden vergeten of verwaarlozen: wij zijn de hoeders, de goede herders van elkaar.

B.J. De Clercq o.p.

Een andere preek voor deze zondag: Dominicushuis

 
  Prekenlijst