Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  17 augustus - Twintigste zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jesaja 56,1-7
Matteüs 15,21-28

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Kerk voor het geluk van de mensen
 

Echt een verhaal om van te snoepen. Jezus die zich laat overreden door een vrouw. Een heidense vrouw. Je kunt er tal van beschouwingen bij maken die een heleboel vaste geloofsovertuigingen onderuit schijnen te halen. Had Jezus het dan bij het verkeerde eind toen hij zei enkel voor de verloren schapen van het huis van Israël te zijn gekomen? Is hij dan echt een gewoon mens met dezelfde feilbaarheid die ook de onze is?
Misschien is dat op zich al een troost die ons kan helpen af te geraken van die onfeilbaarheidsneurose die in bepaalde kerkelijke kringen als een onaantastbaar dogma rondwaart. Want zo luidt het toch: wat op geloofsgebied wordt gezegd is altijd in continuïteit met het verleden. Of het is in elk geval in de lijn van die traditie. Of het is er een verduidelijking van. Een verder doortrekken. Steeds binnen een grote harmonie.

Het verhaal laat in elk geval iets anders zien. In de vorm van een verhaal leren we iets over een ontwikkeling die zich kort na Jezus’ dood heeft voorgedaan. Het gaat over de uitbreiding van de christengemeenschap naar de heidenen: deze is waarachtig niet zonder slag of stoot gebeurd. Deze ontwikkeling heeft veeleer een fundamentele crisis veroorzaakt die tot een conflictueuze situatie aanleiding heeft gegeven. We weten dat het eerste concilie in 48-49 te Jeruzalem juist daarover ging. Over de vraag of iedereen rechtstreeks christen kon worden, dan wel of dit diende te gebeuren via de weg van het jodendom. Het concilie heeft gekozen voor pluriformiteit. Er zijn verschillende wegen mogelijk in het volgen van de weg van Jezus. De joden volgens de joodse weg, de heidenen volgens hun weg, zonder eerst jood te moeten worden.

Je voelt deze zelfde spanning terug in het verhaal dat Matteüs vandaag vertelt. Een Jezus die als het ware op twee benen staat te hinken. Maar die zich uiteindelijk gewonnen geeft aan het vertrouwen van de heidense vrouw die hem benadert. Zij neemt het op voor haar zieke dochter. Zij staat symbool voor de mens die uitziet naar genezing, naar heil. En inderdaad, Jezus laat zich niet insluiten in het joodse systeem. Hij is bedacht op menselijkheid, op menselijk geluk.

Het doet spontaan terugdenken aan de nieuwe openheid die op het Iide Vaticaans concilie onder woorden is gebracht. Ook toen heeft een herbezinning plaats gehad op de zending van de kerk. De kerk is er voor de wereld, voor het geluk van mensen. Iets anders heeft ze niet te verdedigen. Ook Jezus laat zijn joodse dogma achter zich en volgt de vrouw in haar vertrouwen dat haar dochter kan genezen. Het gaat hem om mensen en hun verlangen naar genezing, aanvaarding, erkenning. Méér dan om principes of dogma’s.

Het is verhelderend de openingszin van het document over de zending van de kerk in herinnering te roepen: "Vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van de armen en van hen die, hoe ook, te lijden hebben, zijn evenzeer de vreugde en de hoop, het verdriet en de angst van Christus' leerlingen: er is werkelijk niets bij hen te vinden dat geen weerklank vindt in hun hart." Daarmee is duidelijk de toon aangegeven die het concilie aanhoudt.

Je zou denken dat de geest van het gesprek dat Jezus met deze Samaritaanse voert zich aan het realiseren is. Het gaat niet om wat voorouders in het verleden deden, het gaat om de geest van God die vandaag in mensen werkzaam is. Structuren en dogma's en kerkelijke rechtsregels zijn daaraan ondergeschikt.

"Vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van de armen en hen, die hoe ook, te lijden hebben…." Met deze woorden positioneerde de kerk zich in de wereld van 1965. Kerkelijke identiteit is niet zozeer gelegen in het verdedigen van principes, voorschriften of rituelen. Kerkelijke identiteit wordt telkens weer gerealiseerd in de zorg voor mensen in verdriet en angst. Hier ligt de kans banden te smeden van gedeelde zorg.

Of religie een functie te vervullen heeft in de samenleving en zo ja welke hangt in belangrijke mate af van haar zelfverstaan. In de lijn van Vaticanum II zal de confrontatie met wel en wee van de gewone mensen voorop staan. Die zorg kan een openheid bewerken naar andere religies en levensbeschouwingen.

In de geest van het concilie aanvaardt de kerk het om compagnon de route te worden van andere zoekende mensen en godsdiensten. Daarmee hoeft ze helemaal geen afstand te doen van haar geloofsovertuiging, maar wel van haar aanspraak als zou zij de enig zaligmakende zijn. Geen afstand van haar ethische principes, wel van haar claim als zouden zij de enig geldige zijn. Die kerk zal bereid zijn het gesprek aan te gaan met de ander op voet van gelijkwaardigheid. Een gesprek face to face. Geen eenrichtingsverkeer van boven naar beneden, maar op gelijke hoogte. Oog in oog. Niet in de afzondering van plechtige cenakels, omgeven door spirituele bodyguards maar in directe voeling met "vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van de armen en van hen, die hoe ook te lijden hebben". Zo'n kerk zal eerder de ontmoeting met de ander zoeken dan zich te verschansen in eigen posities. Ontmoeting met de ander om samen recht te doen aan de verworpenen der aarde.

Ignace D’hert o.p.

 
  Prekenlijst