| Preek van de week |
| 17 augustus - Twintigste zondag |
|
|
Lezingen:
Jesaja 56,1-7
U kunt
reageren |
||||||||
|
Kerk voor het geluk van de mensen
Echt een verhaal om van te snoepen. Jezus die zich laat overreden door een
vrouw. Een heidense vrouw. Je kunt er tal van beschouwingen bij maken die een
heleboel vaste geloofsovertuigingen onderuit schijnen te halen. Had Jezus het
dan bij het verkeerde eind toen hij zei enkel voor de verloren schapen van het
huis van Israël te zijn gekomen? Is hij dan echt een gewoon mens met dezelfde
feilbaarheid die ook de onze is? Het verhaal laat in elk geval iets anders zien. In de
vorm van een verhaal leren we iets over een ontwikkeling die zich kort na
Jezus’ dood heeft voorgedaan. Het gaat over de uitbreiding van de
christengemeenschap naar de heidenen: deze is waarachtig niet zonder slag
of stoot gebeurd. Deze ontwikkeling heeft veeleer een fundamentele crisis
veroorzaakt die tot een conflictueuze situatie aanleiding heeft gegeven.
We weten dat het eerste concilie in 48-49 te Jeruzalem juist daarover
ging. Over de vraag of iedereen rechtstreeks christen kon worden, dan wel
of dit diende te gebeuren via de weg van het jodendom. Het concilie heeft
gekozen voor pluriformiteit. Er zijn verschillende wegen mogelijk in het
volgen van de weg van Jezus. De joden volgens de joodse weg, de heidenen
volgens hun weg, zonder eerst jood te moeten worden.
Je voelt deze zelfde spanning terug in het verhaal dat
Matteüs vandaag vertelt. Een Jezus die als het ware op twee benen staat te
hinken. Maar die zich uiteindelijk gewonnen geeft aan het vertrouwen van
de heidense vrouw die hem benadert. Zij neemt het op voor haar zieke
dochter. Zij staat symbool voor de mens die uitziet naar genezing, naar
heil. En inderdaad, Jezus laat zich niet insluiten in het joodse systeem.
Hij is bedacht op menselijkheid, op menselijk geluk.
Het doet spontaan terugdenken aan de nieuwe openheid
die op het Iide Vaticaans concilie onder woorden is gebracht. Ook toen
heeft een herbezinning plaats gehad op de zending van de kerk. De kerk is
er voor de wereld, voor het geluk van mensen. Iets anders heeft ze niet te
verdedigen. Ook Jezus laat zijn joodse dogma achter zich en volgt de vrouw
in haar vertrouwen dat haar dochter kan genezen. Het gaat hem om mensen en
hun verlangen naar genezing, aanvaarding, erkenning. Méér dan om principes
of dogma’s.
Het is verhelderend de openingszin van het document
over de zending van de kerk in herinnering te roepen: "Vreugde en hoop,
verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van de armen en van
hen die, hoe ook, te lijden hebben, zijn evenzeer de vreugde en de hoop,
het verdriet en de angst van Christus' leerlingen: er is werkelijk niets
bij hen te vinden dat geen weerklank vindt in hun hart." Daarmee is
duidelijk de toon aangegeven die het concilie aanhoudt.
Je zou denken dat de geest van het gesprek dat Jezus
met deze Samaritaanse voert zich aan het realiseren is. Het gaat niet om
wat voorouders in het verleden deden, het gaat om de geest van God die
vandaag in mensen werkzaam is. Structuren en dogma's en kerkelijke
rechtsregels zijn daaraan ondergeschikt.
"Vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van
vandaag, vooral van de armen en hen, die hoe ook, te lijden hebben…." Met
deze woorden positioneerde de kerk zich in de wereld van 1965. Kerkelijke
identiteit is niet zozeer gelegen in het verdedigen van principes,
voorschriften of rituelen. Kerkelijke identiteit wordt telkens weer
gerealiseerd in de zorg voor mensen in verdriet en angst. Hier ligt de
kans banden te smeden van gedeelde zorg.
Of religie een functie te vervullen heeft in de
samenleving en zo ja welke hangt in belangrijke mate af van haar
zelfverstaan. In de lijn van Vaticanum II zal de confrontatie met wel en
wee van de gewone mensen voorop staan. Die zorg kan een openheid bewerken
naar andere religies en levensbeschouwingen.
In de geest van het concilie aanvaardt de kerk het om
compagnon de route te worden van andere zoekende mensen en
godsdiensten. Daarmee hoeft ze helemaal geen afstand te doen van haar
geloofsovertuiging, maar wel van haar aanspraak als zou zij de enig
zaligmakende zijn. Geen afstand van haar ethische principes, wel van haar
claim als zouden zij de enig geldige zijn. Die kerk zal bereid zijn het
gesprek aan te gaan met de ander op voet van gelijkwaardigheid. Een
gesprek face to face. Geen eenrichtingsverkeer van boven naar
beneden, maar op gelijke hoogte. Oog in oog. Niet in de afzondering van
plechtige cenakels, omgeven door spirituele bodyguards maar in directe
voeling met "vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag,
vooral van de armen en van hen, die hoe ook te lijden hebben". Zo'n kerk
zal eerder de ontmoeting met de ander zoeken dan zich te verschansen in
eigen posities. Ontmoeting met de ander om samen recht te doen aan de
verworpenen der aarde.
Ignace D’hert o.p. |
| |