| Preek van de week |
| 10 augustus - negentiende zondag |
|
|
Lezingen:
1 Koningen 19,9-13
U kunt
reageren |
||||||||
|
Over het water lopen In een Nederlandse bewerking van een bekend lied van
Leonard Cohen zingt Herman Van Veen over Suzanne die over het water
wandelt. In het evangelie dat vandaag wordt gelezen is het
Petrus die zich op het water waagde. Maar hij dreigde te verdrinken omdat
zijn vertrouwen te klein was. Jezus heeft hem een reddende hand gereikt Over water wandelen is bijbelse beeldspraak. In de
bijbelse opvatting huizen in de diepte van het water de monsters en
duivelse machten waardoor mensen zich bedreigd weten. Dat Jezus over de
woelige watergolven liep wil zeggen dat hij de kwade machten waaraan
mensen onderhevig zijn onder de voet heeft gelopen. Hij toonde dat hij
machtiger was dan die machten. Hij heeft ze bedwongen.
Het bootje op de woelige golven is christelijke
beeldspraak. Voor de eerste lezers van Matteüs verbeeldde het de jonge
kerk in een vijandig gezinde omgeving, ten prooi aan onzekerheid en angst
voor de gevaren die dreigend op haar afkwamen. Ze heeft het uitgehouden
dankzij haar vertrouwen op de helpende hand van de onzichtbaar aanwezige
verrezen Christus. Latere generaties van christenen bleven het beeld
gaarne gebruiken om de bewogen geschiedenis van de kerk te beschrijven.
Het bootje heeft veel stormen doorstaan. Het heeft averij opgelopen, maar
ze altijd weer hersteld. Het raakte soms het noorden kwijt, maar kon weer
de juiste koers vinden. De kerk houdt zich overeind in alle weer en wind,
ook met gissen en missen. Ze blijft vertrouwen op belofte van Christus
toen hij zijn leerlingen verliet: "Ik ben met jullie alle dagen, tot aan
de voltooiing van de wereld" (Matteüs 28,20).
In het bootje kunnen we gemakkelijk ook het beeld van
onze eigen levensloop herkennen. Soms is het spelevaren, bijvoorbeeld met
tweeën in het jonge huwelijksbootje. Maar dat bootje begint het vlug
lastig te krijgen. Het water is zelden rustig en de wind zit dikwijls
tegen. Alleen in je boot in de zee die je levensgeschiedenis is, kun je
het niet uithouden. Je zult je verlammende angst niet overwinnen als je
niet durft vertrouwen op anderen die je erover heen helpen. Dan doe je wat
ondenkbaar is, zoals Petrus in het evangelie. Hij sprong overboord en liep
over het water naar Jezus toe. 'Ik ben het, wees niet bang, kom maar!' Als
je blijft geloven, zingt Herman Van Veen, als je blijft geloven kan de
zwaarste steen niet zinken.
Zien we niet alle dagen hoe mensen het ondenkbare doen?
Ze lopen over het water, ze weerstaan de zuigkracht van het kwaad en gaan
naar iemand toe die hen nodig heeft. Het kan een definitie van de liefde
zijn: uit je boot springen, weg van je zelfbetrokkenheid, voor iemand over
water lopen. Het wordt gezongen in een lied van Oosterhuis over de
eucharistie.
"Tafel van Eén,
In de kerk heerst vandaag bij veel gelovigen
koudwatervrees. Ze zijn bevangen door angst voor de wijde wereld van
andersgelovigen en ongelovigen waarin ze een kleine minderheid zijn
geworden. Een bootje dat overspoeld dreigt te worden door de
tegenstromingen van de tijd en de storm van onverschilligheid. Meer dan
ooit is geloven een waagstuk. Je moet vertrouwen om het aan te durven: in
het water springen, met het vaste vertrouwen dat je niet in de diepte door
kwade machten zult meegesleurd worden. Je waagt het, je overwint alle
koudwatervrees, omdat je de roepstem hoort en je eraan toevertrouwt. 'Je
moet Hem wel vertrouwen, want Hij houdt al jouw gedachten in zijn hand.'
Ooit schreef iemand, oog in oog met de dood:
Ik vertrouw op God,
* Zie http://preken.atspace.com/aa19zondag2.htm
J. Van Oostveld |
| |