Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  10 augustus - negentiende zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

1 Koningen 19,9-13
MatteŁs 14,22-33

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Over het water lopen
 

In een Nederlandse bewerking van een bekend lied van Leonard Cohen zingt Herman Van Veen over Suzanne die over het water wandelt.
"En Jezus was een visser/die het water zo vertrouwde/dat Hij zomaar over zee liep/omdat Hij had leren houden/van de golven en de branding/waarin niemand kan verdrinken./Hij zei: Als men blijft geloven/kan de zwaarste steen niet zinken.../En je wilt wel met Hem meegaan/samen naar de overkant./En je moet Hem wel vertrouwen,/want Hij houdt al jouw gedachten in zijn hand.
Als Suzanne je lachend aankijkt/en je wilt wel met haar meegaan,/samen naar de overkant/en je moet haar wel vertrouwen,/want ze houdt al jouw gedachten in haar hand."

In het evangelie dat vandaag wordt gelezen is het Petrus die zich op het water waagde. Maar hij dreigde te verdrinken omdat zijn vertrouwen te klein was. Jezus heeft hem een reddende hand gereikt

Over water wandelen is bijbelse beeldspraak. In de bijbelse opvatting huizen in de diepte van het water de monsters en duivelse machten waardoor mensen zich bedreigd weten. Dat Jezus over de woelige watergolven liep wil zeggen dat hij de kwade machten waaraan mensen onderhevig zijn onder de voet heeft gelopen. Hij toonde dat hij machtiger was dan die machten. Hij heeft ze bedwongen.

Het bootje op de woelige golven is christelijke beeldspraak. Voor de eerste lezers van MatteŁs verbeeldde het de jonge kerk in een vijandig gezinde omgeving, ten prooi aan onzekerheid en angst voor de gevaren die dreigend op haar afkwamen. Ze heeft het uitgehouden dankzij haar vertrouwen op de helpende hand van de onzichtbaar aanwezige verrezen Christus. Latere generaties van christenen bleven het beeld gaarne gebruiken om de bewogen geschiedenis van de kerk te beschrijven. Het bootje heeft veel stormen doorstaan. Het heeft averij opgelopen, maar ze altijd weer hersteld. Het raakte soms het noorden kwijt, maar kon weer de juiste koers vinden. De kerk houdt zich overeind in alle weer en wind, ook met gissen en missen. Ze blijft vertrouwen op belofte van Christus toen hij zijn leerlingen verliet: "Ik ben met jullie alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld" (MatteŁs 28,20).

In het bootje kunnen we gemakkelijk ook het beeld van onze eigen levensloop herkennen. Soms is het spelevaren, bijvoorbeeld met tweeŽn in het jonge huwelijksbootje. Maar dat bootje begint het vlug lastig te krijgen. Het water is zelden rustig en de wind zit dikwijls tegen. Alleen in je boot in de zee die je levensgeschiedenis is, kun je het niet uithouden. Je zult je verlammende angst niet overwinnen als je niet durft vertrouwen op anderen die je erover heen helpen. Dan doe je wat ondenkbaar is, zoals Petrus in het evangelie. Hij sprong overboord en liep over het water naar Jezus toe. 'Ik ben het, wees niet bang, kom maar!' Als je blijft geloven, zingt Herman Van Veen, als je blijft geloven kan de zwaarste steen niet zinken.

Zien we niet alle dagen hoe mensen het ondenkbare doen? Ze lopen over het water, ze weerstaan de zuigkracht van het kwaad en gaan naar iemand toe die hen nodig heeft. Het kan een definitie van de liefde zijn: uit je boot springen, weg van je zelfbetrokkenheid, voor iemand over water lopen. Het wordt gezongen in een lied van Oosterhuis over de eucharistie.

"Tafel van Eťn,
brood om te weten
dat wij elkaar gegeven zijn.
Wonder van God,
mensen in vrede,
oud en vergeten nieuw geheim.
Breken en delen,
zijn wat niet kan,
doen wat ondenkbaar is,
dood en verrijzenis."

In de kerk heerst vandaag bij veel gelovigen koudwatervrees. Ze zijn bevangen door angst voor de wijde wereld van andersgelovigen en ongelovigen waarin ze een kleine minderheid zijn geworden. Een bootje dat overspoeld dreigt te worden door de tegenstromingen van de tijd en de storm van onverschilligheid. Meer dan ooit is geloven een waagstuk. Je moet vertrouwen om het aan te durven: in het water springen, met het vaste vertrouwen dat je niet in de diepte door kwade machten zult meegesleurd worden. Je waagt het, je overwint alle koudwatervrees, omdat je de roepstem hoort en je eraan toevertrouwt. 'Je moet Hem wel vertrouwen, want Hij houdt al jouw gedachten in zijn hand.'

Ooit schreef iemand, oog in oog met de dood:

Ik vertrouw op God,
nog nooit gezien en toch steeds aanwezig.
Ik verlaat mij op Hem als op mijn trouwste vriend,
als op de meest liefhebbende van alle ouders.
Hij kan wel niet alles wat zijn kinderen verlangen,
maar zal geen van hen ooit laten vallen
en dwingt nooit iemand tot wat die niet wil.*"

* Zie http://preken.atspace.com/aa19zondag2.htm

J. Van Oostveld

 
  Prekenlijst