Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  20 juli - Zestiende zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Wijsheid 12,13.16-19
Romeinen 8,26-27
Mattes 13,24-43

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Tussen twijfel en overgave
 

"De knechten zeiden: wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?
Hij antwoordde: Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: Wie eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het.
Breng dan het graan bijeen in mijn schuur
."

Een onontwarbaar kluwen van onkruid en tarwe: het lijkt een treffend beeld van het leven dat wij leiden. Wie rond zich kijkt merkt veel mooie en zinvolle dingen. Jongeren die op kamp gaan met gehandicapten, vrijwilligers in de palliatieve zorg die met medemensen gaan tot aan de laatste grens, inzet van medisch personeel in door oorlog verwoeste gebieden. Er zijn veel tekenen van hoop in onze wereld. Veel zaken die je het gevoel geven: je moet niet wanhopen. Mensen willen er het beste van maken. De stille inzet van kinderen voor hun ouders en omgekeerd. De vele inspanningen van mensen om van deze wereld een plek te maken waar het goed leven is. De aandacht en waardering voor kunst en cultuur die onze wereld mooier en zinvoller maken. Veel zaken die we rondom ons zien gebeuren stemmen hoopvol.

Er is ontegensprekelijk ook de keerzijde. Een jonge man in de fleur van zijn leven wordt overvallen door een agressieve kanker. Ontreddering en radeloosheid bij de omstanders. Aardbevingen in Japan maken duizenden slachtoffers. Niemand kan er iets aan doen. Tegen veel leed staan we machteloos: natuurrampen, ziekten. Er is ook veel leed dat mensen elkaar aandoen. Een leidster van een jeugdbeweging wordt tijdens een kamp doodgereden door een dronken autobestuurder. Het had niet hoeven te gebeuren. Het zoveelste busongeval dat tientallen families in rouw dompelt. Het had vermeden kunnen worden. De voorspelbare en voorspelde hongerdood van duizenden kinderen: het roept weerzin op. De moordpartijen onder stammen en ethnische groepen, en de internationale gemeenschap die laat betijen. Onzin.

Zin en onzin liggen door elkaar verstrengeld als het onkruid en de tarwe in de parabel. Nog steeds is de mens in staat tot het mooiste en het lelijkste, tot de meest zelfvergeten liefde en tot de gruwelijkste wreedheden. Maar de onzin lijkt het sterkst. Je krijgt namelijk niet het gevoel dat we er op vooruitgaan. Niet echt. Wie de geschiedenis bekijkt tot op vandaag staat verstomd bij zoveel onmenselijk lijden en onrecht. Zij vormen de duistere vlek in onze geschiedenis. Niemand kan daar een zinvolle plaats aan geven. We kennen de grote symbolen die onze geschiedenis rijk is: Auschwitz, Vietnam, Irak, Zimbabwe, Soedan, de generatiearmen in eigen land, noem maar op. De geschiedenis staat bol van het lijden. Lijden dat geen verklaring verdraagt. Dat we niet kunnen aanvaarden of toelaten. Lijden en onrecht zijn heel zeker geen realiteit waarachter we een goddelijke bedoeling kunnen zoeken. Zo een sadistische god verdient geen respect. Er is gewoon en onweerlegbaar een barbaars teveel aan lijden, een exces aan onrecht dat elke verklaring tart.

Slechts n houding mag menswaardig heten: het verzet. De overgave aan het goede. De keuze voor recht en gerechtigheid. Voor liefde en mededogen. Natuurlijk: we weten dat ook dit verzet binnen de geschiedenis staat. Een geschiedenis die straks wie weet opnieuw wordt ingehaald door nieuw onrecht, nog maar eens een catastrofe, alweer een genocide. Is het dan niet merkwaardig dat dit besef mensen niet lam slaat. Dat mensen dan toch weer in verzet komen, ondanks hun onvermogen om deze geschiedenis een definitieve wending te geven. Spreekt hieruit niet de diepe intutie dat onrecht en lijden niet de zin van ons mens zijn kunnen uitmaken. Dat mensen geroepen zijn om te leven in heelheid, in geluk.

Dat blijkt ook uit het feit: wt we nu reeds kunnen, dat doen we ook. Wij blijven zorgzaam aanwezig bij stervende medemensen. Er is de vasthoudende inzet van zovelen voor een meer rechtvaardige economische wereldorde. Er zijn de initiatieven om straatkinderen in zoveel Derde-Wereldlanden een iet of wat menswaardig bestaan te geven. De drang om hieraan mee te doen is sterker dan de vraag of het wel nut heeft. Of het wel duurzame effecten zal blijken te hebben.

Klaarblijkelijk leeft er in de mens die drang naar geluk die hem hier en nu in beweging doet komen tegen onrecht en lijden. Die drang, die intutie brengt namelijk iets nieuws ter sprake. Zij spreekt van hoop. Welnu, deze hoop doet iets. Hoop opent toekomst. Zij brengt die toekomst metterdaad dichterbij. Zij maakt haar voelbaar. Zij het broos en kwetsbaar. Niettemin tastbaar. Met hoop begint inderdaad iets nieuw: hier en nu. Natuurlijk is zij onderhevig aan de dubbelzinnigheid die als een rode draad door de hele geschiedenis loopt. Toch is de hoop onuitroeibaar. Omdat ze voortkomt uit een intutie: Hier moet iets aan gebeuren.. Ook al haalt het misschien niets of niet veel of niets blijvends uit, toch kunnen mensen het niet laten zich hieraan over te geven.

De parabel van het onkruid en de tarwe heeft het over de groeitijd van het graan. De zaaitijd is voorbij: die ligt in het verleden. De maaitijd is er nog niet: die hoort aan de toekomst. De groeitijd gaat over het hier en nu. Hier en nu leven we tussen twijfel en overgave. Dat we hier samenkomen toont aan dat we met al onze twijfel en aarzeling, willen volharden in de overgave. De parabel daagt ons uit het geduld van het volhouden en het vertrouwen op te brengen.

Daartoe willen we onszelf en elkaar bemoedigen in het samenzijn rond de verteller van deze parabel. Wij delen het brood dat hij ons aanreikt als teken van de nieuwe wereld waarin wij blijven geloven. Ondanks alles. Onze overgave.

Ignace Dhert o.p.

 
  Prekenlijst