Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  20 juli - Zestiende zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Wijsheid 12,13.16-19
Romeinen 8,26-27
Matteüs 13,24-43

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Wat, wie is goed? Wat, wie kwaad?
 

Toen God Adam en Eva de tuin van Eden binnenleidde, was die tuin een paradijs van planten, bomen en vruchten. God bracht hen daarheen om hem te bewerken en erover te waken. Hij gaf hun de volgende richtlijnen mee: ‘Van alle bomen in de tuin mogen jullie eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’ Van in den beginne wilde God zijn menselijke schepselen, dus ons, behoeden om te oordelen. Om etiketten te plakken: ‘goed’ – ‘kwaad’.
Wie van ons zou inderdaad met goddelijk inzicht en doorzicht kunnen oordelen of iets of iemand goed of kwaad is? Hangt ons oordeel niet altijd af van het standpunt dat we innemen of de hoek van waaruit we naar iemand of iets kijken, en zelfs van het moment waarop we kijken? Cactussen vereenzelvigen we met pijnlijke stekels en rozen met mooie bloemen, maar rozen hebben ook doornen waaraan we ons kunnen pijn doen, en tussen de stekels van een cactus is er plaats voor heel mooie bloemen. Daar gaan we al met ons oordeel!
Wat, wie is goed? Wat, wie is kwaad? Alleen God kan er over oordelen! 

In de parabel van het onkruid tussen de tarwe, blijft Jezus trouw aan de richtlijn die Adam en Eva bij het binnengaan van de tuin van Eden van God kregen. Hij wil zijn volgelingen, dus ook ons, opnieuw behoeden om te oordelen.

Tussen de goede tarwe schiet er kwaad onkruid op en niemand weet waar dat kwade onkruid vandaan komt. Het is zoals je soms ouders van kleuters hoort zeggen: ‘waar hij/zij die woorden, of die manieren gehaald heeft, weet ik niet, maar zeker niet van ons.’ En het gaat dan altijd over woorden of manieren waarvan we niet graag hebben dat de kinderen die gebruiken. De ouders weten niet van wie ze het geleerd hebben, maar ze hebben het geleerd en ze gebruiken die woorden en die manieren. Zijn die kinderen slecht?

Wat, wie is goed? Wat, wie is kwaad? Alleen God kan er over oordelen!

In de parabel staan de knechten te springen om het onkruid tussen de tarwe uit te wieden. Ze mogen het echter niet. Het onkruid en de tarwe moeten samen opgroeien. Ze zitten aan elkaar vast in dezelfde grond. Ze krijgen dezelfde regen. Dezelfde zon schijnt over hen op hetzelfde moment. Ze moeten dezelfde stormen trotseren, enz. Wordt bij het biologisch tuinieren het onkruid niet gebruikt ten voordele van het goede kruid? En… sommigen noemen een bepaalde plant onkruid, terwijl je juist die plant in sommige restaurants tussen de sla vermengd op je bord krijgt. We kunnen ons vergissen in ons oordeel. We kunnen vanuit een verkeerde hoek naar iets kijken. We weten vaak de ware toedracht van de zaak niet.

Wat, wie is goed? Wat, wie is kwaad? Alleen God kan er over oordelen!

In de parabel mag het onkruid niet gewied worden, omdat met het onkruid ook het graan zou kunnen losgetrokken worden. Geloven is altijd geloven dat verandering mogelijk is. Bij God kan onkruid - bij wijze van spreken – goed kruid worden. God schrijft recht op kromme lijnen. God blijft altijd geloven in de goedheid die in mensen zit. Hoeveel heiligen hebben een jeugd gehad die allesbehalve heilig was, maar ze hebben zich op een bepaald moment omgekeerd. Als een mens vastgepind wordt op zijn verleden heeft hij alleen maar verleden en geen toekomst. God echter geeft altijd de mogelijkheid tot ommekeer. Bij God kan elke dag, elke minuut, de eerste dag, de eerste minuut van een betere toekomst zijn.

Wat, wie is goed? Wat, wie is kwaad? Alleen God kan er over oordelen!

In de parabel groeien het goede kruid en het onkruid samen op tot aan de oogst. Dan zal de eigenaar van de akker, God dus, oordelen wat onkruid en wat goed kruid is. Het onkruid zal verbrand worden en het goede kruid opgeslagen in Gods schuren. Ik geloof dat God op het einde van ons leven naar ons zal kijken met liefde en mildheid. Onze Schepper weet uit welke materie we gemaakt zijn, welke mogelijkheden we kregen of ons onthouden werden. We hoeven niet bang te zijn.

Ik wil deze bezinning afsluiten met het gedicht ‘God rijpt’ van Rainer Maria Rilke.

Zelfs wanneer we elke diepte zouden afwijzen:
wanneer een gebergte goud bevat
dat niemand nog opgraven wil,
zal eens de rivier het aan het daglicht brengen
die in de stilte der stenen binnendringt,
de krachtige.
Ook wanneer wij niet willen:
God rijpt.

Laten we niet oordelen over iemand anders om God de kans te geven te rijpen en groeien in die mens. Moge God ook in ieder van ons, tot aan onze laatste levensadem, rijpen en groeien.

Marie-Louise Verlinden

 
  Prekenlijst