Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  13 juli - Vijftiende zonda Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jesaja 55,10-11
Matteüs 13,1-23

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Een les van hoop en optimisme
 

Mijn vader, die een boer was, zei me eens: het evangelieverhaal over die zaaier is me een raadsel. Een boer kijkt toch goed uit zijn ogen als hij zijn kostbare zaaigraan uitstrooit. Zou hij er dan niet op letten dat het allemaal op vruchtbare grond terechtkomt, en niet op de weg, op keiharde grond en op een plek waar distels groeien? Ik antwoordde hem: je bent in goed gezelschap. De leerlingen van Jezus begrepen het al niet. Ze hadden uitleg nodig. En mijn vader weer: ja, maar als ik die begin te lezen, begrijp ik er helemaal niets meer van. Een gelijkenis vertelt men toch om iets duidelijk te maken en niet om het te verbergen.
Het moet geen eenvoudige zaak zijn over dit evangelie te preken.

Als mijn vader nog zou leven en hier zat te luisteren, zou ik hem eerst uitleggen dat je een parabel zoals die van de zaaier moet lezen als een beeldverhaal. Om het te verstaan, moet je je verbeelding laten werken. Je moet de beelden doen spreken. Jezus heeft aan zijn leerlingen uitgelegd wat de beelden van de parabel verbeelden. Alleen aan zijn leerlingen. Voor de grote menigte moest de betekenis van de parabel een raadsel blijven, door hun eigen schuld. Hun oren waren verstopt en hun ogen verblind.

In de christelijke gemeenschap waarvoor Matteüs zijn evangelie geschreven heeft, zullen ze hem wel begrepen hebben. Ze waren een minderheid. De grote meerderheid van  de Joden had geen oren naar hun boodschap en geen begrip voor hun christelijke wijze van leven. Ze hoorde wel, maar wilde niet luisteren. Ze zag wel, maar wilde niet kijken. Het zaad van Gods woord was aan haar niet besteed. Ze  kreeg niets te weten van de geheimen van Gods koninkrijk. Maar de christenen mochten zich verheugen. Ze werden gelukgewenst omdat ze met open oren luisterden en met open ogen keken. Aan hen werden de geheimen van het koninkrijk onthuld. De geheimen achter de beeldspraak van het kwistig uitgestrooide zaad.

Het kost ons niet veel moeite het beeldverhaal van de zaaier te lezen door de bril van de Matteüsgemeenschap en onze verbeelding te laten werken. We zitten in een vergelijkbare situatie. Ook weer die van een minderheid.

In het beeld van de zaaier moeten we in de eerste plaats God zien die aan het werk is. Hij is niet als een slordige boer die er zomaar op los zaait. God is genereus. Hij spreidt zijn woord over de hele wereld uit, over alle velden en wegen, waar ook maar mensen wonen. Overal kunnen ze het horen.

Het kan ons treurig stemmen dat Gods woord tegenwoordig zo weinig gehoor lijkt te vinden. Maar zo was het al toen het evangelie werd geschreven. De beelden van de parabel spreken voor zich: zaad dat op de weg valt en wordt kapot wordt getrappeld, zaad op de rotsgrond waar het geen  wortel kan schieten, tussen de distels die het overwoekeren.
Zou vandaag dan ook niet één vierde van het zaad in ontvankelijke grond vallen en vruchten in overvloed voortbrengen? Door dat kleine gedeelte op maar een stukje grond kan de hele streek worden gezegend.

Maar treurig kunnen we toch vooral worden als we bedenken dat we in het beeld van de zaaier de mensen, ook onszelf, moeten zien door wie God zijn woord verspreidt. De moed schijnt velen in de schoenen te zinken: gelovige ouders en opvoeders, catecheten, predikanten. We zijn een minderheid geworden, we hebben de indruk dat alles wat met geloof te maken heeft niet meer ernstig wordt genomen, in een hoek geduwd en ook nog  belachelijk gemaakt.
Ik zie bij velen de neiging om zich als egels op te rollen of zich af te  zonderen met de kleine groep van gelijkgezinden.
Maar als we ons zo laten ontmoedigen, missen we de pointe van de parabel, zijn 'zedenles'. Want ook deze parabel eindigt in een 'zedenles'. Dat is niet een waarschuwend opgestoken vinger: Let op, zorg ervoor dat je vruchtbare bent! Het is een les van hoop en optimisme. Het zaad van Gods woord wordt hoe dan ook nooit tevergeefs gezaaid. We lezen het ook in de poëtische woorden van de profetische belofte van Jesaja. Gods woord is als de regen en de sneeuw die vanuit de hemel de aarde komen drenken. Het keert niet onverrichter zake naar de hemel terug.

Gods woord moet op vruchtbare bodem in ons zodanig kunnen groeien dat we erdoor gedreven worden om het te doen klinken in de wereld waarin we leven. Dit wil niet zeggen dat we met onze God en ons geloof te pas en te onpas moeten komen aandragen bij mensen die er niet in geïnteresseerd zijn. We moeten in grote bescheidenheid door onze inzet, door onze humor en optimisme meeleven en openstaan waar het nodig is. Zo geven we het bevrijdende Woord op onze manier gestalte bij degenen die troost en steun nodig hebben. Zaaien zoals de milde zaaier, zonder te berekenen wat de ander daarmee zal aanvangen.

B.J. De Clercq o.p.

 
  Prekenlijst