Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  6juli  - Veertiende zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Zacharia 9,9-10
Matteüs 11,25-30

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Het juk van de prestatiemaatschappij
 

"Leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart." Zulke woorden kunnen alleen maar 's zondags in de kerk klinken. In de week kom je met zachtmoedigheid en eenvoud niet ver.
Onze studenten, die pas het examenzweet van hun voorhoofd hebben gewist, weten maar al te goed dat je, om goeie cijfers te behalen, andere capaciteiten in de strijd moet gooien dan zachtmoedigheid en nederigheid. Ook ouders die in de voorbije weken zoon- of dochterlief wat wilden aanporren, hadden het over: ‘Doorbijten want je toekomst hangt ervan af’ en ‘Laat je door niets of niemand afleiden’.
En ze hadden geen ongelijk. Want dié eigenschappen moeten onze jonge mensen nů inoefenen met het oog op het werkelijke leven van morgen. Zonder doorzettingsvermogen, zonder de wil om te presteren, zonder zelfvertrouwen kom je niet vooruit. Je moet het jong hebben geleerd: voor jezelf opkomen, je vooruit vechten, geen doetje zijn dat zich de kaas van het brood laat eten.
Zachtmoedigheid en eenvoud zijn blijkbaar geen doordeweekse deugden.

Op zich is er natuurlijk niets op tegen dat iemand vooruit wil komen in het leven, dat hij/zij een goed belegde boterham wil verdienen. Maar die prestatiedrang is er in onze cultuur zo hard ingehamerd dat we ons nauwelijks nog realiseren dat die medaille ook haar keerzijde heeft. Hoe hoger op de maatschappelijke ladder, hoe minder plaatsen beschikbaar. Met andere woorden: vooruitkomen in het leven is vooral een kwestie van competitie en concurrentie. Je mag niet zachtmoedig omkijken naar een concurrent die er onderdoor is gegaan, want ondertussen glijdt een ander je langs de andere kant voorbij.

Met concurrenten ga je de strijd aan, eerlijk en sportief als het kan, wat minder sportief als het moet: ellebogenwerk, relaties aanspreken, gebruik maken van een kruiwagen liefst met een lange arm. De mallemolen van het publieke leven, en zeker het beroepsleven, dwingt ons, tot op niet geringe hoogte, met onszelf bezig te zijn, dwingt ons rondom ons een muur op te trekken, ons groter en beter voor te doen dan we zijn. We realiseren ons niet dat we getrouwd zijn met ons werk. Onze partner en onze kinderen weten het wellicht wel. Maar die laten veelal betijen ‘omdat je vader toch niet kunt verwijten dat hij zo hard werkt voor het gezin’, of omdat ze de (financiële) voordelen die dat oplevert niet meer kunnen missen, of omdat ze de opengevallen leegte op eigen houtje hebben opgevuld.

Maar dit leefpatroon wreekt zich vroeg of laat. Meestal te laat. Het is een klap als iemand, ondanks alle maatschappelijke waardering, onverwacht geconfronteerd wordt met een uitgebluste relatie, of met kinderen die ervoor bedanken om de door hun ouders uitgetekende paden te bewandelen. Onverwacht, omdat men geen oog had voor wat anderen vaak al lang zagen aankomen.

Onze maatschappij beoordeelt mensen steeds meer op hun nuttigheidwaarde. Wie rendeert, wie presteert, die is in tel. Ook dat wreekt zich en maakt veel slachtoffers.

- Pas een maand op pensioen, en de destijds alom geprezen manager hangt godganse dagen lusteloos in zijn zetel voor de televisie. Zijn zelfwaardering ontleende hij hoofdzakelijk aan zijn maatschappelijke positie. En nu die weggevallen is, is hij in het spreekwoordelijke zwarte gat gevallen.
- Vraag een hard wroetende huismoeder naar haar beroep. 9 kansen op 10 antwoordt ze met een benepen stemmetje: 'geen'. Onbetaald werk geldt immers niet als werk.
- En welke plaats reserveert onze prestatiemaatschappij voor de werkloze, de zwaar gehandicapte, de 75-plusser?

* De werkloze moet zijn werkloosheid verbloemen want hij is bang dat men hem achter zijn rug uitmaakt voor luiaard of profiteur die op de kap van de gemeenschap teert.
* Zieken moeten maar snel weer gezond worden. Kan dat niet, dan sluiten wij ze op in een of ander drie- of vijfsterrenhotel van onze gezondheidszorg, want het publieke leven is voorbehouden aan de vitalen.
* In onze rust- en verzorgingstehuizen zitten de oudjes te wachten. Eén op vier op een zoon of een dochter die eens per maand binnenwipt; een kwart zit te zitten en te wachten op bezoek dat nooit komt. Als je nog niet dement bent, zou je er dement van worden.

'Kom allen naar Mij toe die afgemat zijn en gebukt gaan onder het juk en de last van onze prestatiemaatschappij, en ik zal u rust geven.' Een Jezuswoord. Een zondagswoord, waar ons weekdaagse leven geen oren naar heeft. Maar wel behoefte.  En veel.

Een uitnodiging om uit je cocon te kruipen, om jezelf los te laten, om te durven delen, niet alleen je rijkdom en geluk, maar ook je armoe en ellende, je pijn en je verdriet. Een uitnodiging om te erkennen dat je een ander nodig hebt, dat de ander jou nodig heeft, niet om wat je kunt met je lange arm, maar om wie je bent.

'Leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart', zei Jezus.  'Dat is míjn juk: een zacht juk, een lichte last'.

In een gemeenschap van zachtmoedige en eenvoudige mensen, zo blijkt uit de lezing uit Zacharia, maar het ging daar wel om een toekomstvisioen - daar heerst rechtvaardigheid, en vrede van zee tot zee, tot aan de grenzen van de aarde; daar rijdt de koning op een ezel - niet in een van die stalen strijdwagens die op onze volgepropte wegen in de file staan - maar op een ezel, symbool van nederigheid. Dezelfde ezel waarop Jezus op Palmzondag Jeruzalem binnenreed. Die nederigheid van Jezus heeft niets van de zachtheid van een zachtgekookt eitje. Als het om de eer en het recht van mensen ging, maakte hij geen omweggetje maar ging de confrontatie met overheden en trendsetters niet uit de weg. Nooit was het hem erom te doen zijn eigen persoontje in het zonnetje te zetten. Precies dat maakte zijn inzet en zijn strijd voor recht en gerechtigheid geloofwaardig.

Nederigheid betekent niet dat we onze talenten in de grond moeten stoppen. Integendeel. We hebben onze talenten heel hard nodig, want het is niet simpel om in onze westerse cultuur zachtmoedigheid te doen zegevieren. Nederigheid is al even onontbeerlijk, want dat houdt ons hart zuiver.

Marc Christiaens o.p.- Schilde

 
  Prekenlijst