Preek van de week Elke week een nieuwe preek
  22 juni - twaalfde zondag Preek in M-S Word-formaatRechtstreeks afdrukken
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jeremia 20,10-13
Matteüs 10,26-33

Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

Niet vreesachtig geloven
 

Toen kardinaal Danneels in Rome zijn ontslag had aangeboden en 75 jaar oud zou worden, was hij een paar weken uit de media niet weg te branden. Iedereen prees hem als kerkleider. Iemand noemde hem ook de enige echte religieuze vedette van het land, populair tot en met. Maar de voortschrijdende verschrompeling van de kerk heeft hij niet kunnen tegenhouden. Ze krijgt stilaan zorgwekkende afmetingen. Alle signalen staan in de kerk op rood, aldus een bekende commentaarschrijver.
Er stonden ook signalen op rood in de christelijke gemeenschappen die de eerste lezers waren van het Matteüsevangelie. De evangelist had voorspeld wat hen te wachten stond. Vervolging en gevangenschap, zelfs de dood. In het evangelie dat we vandaag lezen steekt hij hun een hart onder de riem. Ze hadden redenen genoeg om niet bang te zijn. Kan die bemoediging ook ons bemoedigen? Want bemoediging hebben we nodig.

De vreeswekkende dingen die de eerste christenen moesten verduren konden hen ertoe verleiden zich in een getto op te sluiten en in het publiek over hun geloof in de verrezen Christus in alle talen te zwijgen. Maar dan had de nieuwe boodschap van het christelijk geloof verder geen enkele toekomst. Dat mocht in geen geval gebeuren. Vandaar de opdracht: 'Wees niet bang. Laat je er door niets of niemand van weerhouden in het volle licht uit te spreken wat ik jullie in het duister zeg. Roep het van de daken.'

De toekomst van de kerk in onze streken ziet er belabberd uit. We kunnen dit toeschrijven aan de tijdgeest die godsdienst en christelijk geloof niet gunstig gezind is. Dat mag waar zijn, maar we mogen er ons niet zonder meer bij neerleggen. We moeten geen van de erge dingen vrezen waarvoor de Matteüschristenen bang moesten zijn. Maar veel wijst erop dat we te weinig bestand zijn tegen een kleinmoedige vrees voor bepaalde reacties van weldenkend genoemde mensen. We voelen een zekere schaamte als ze vragen: u gaat dus 'nog' naar de kerk? We hebben schrik dat ze ons wat meewarig en neerbuigend bekijken. We zijn er beducht voor dat we bij zogenaamd andersdenkenden ouderwets en conservatief, betweterig en soms een beetje fanatiek overkomen.

Wie toegeeft aan die vrees, houdt zijn christelijk geloof binnenskamers. Hij volgt de tijdgeest die het zo dicteert: 'godsdienst is privézaak'. We brengen onze godsdienst wel publiek ter sprake sprake, maar alleen binnen de vertrouwde ruimte van de kerk waar we met gelijkgezinden samenkomen, alleen een uurtje 's zondags en op kerkelijke hoogdagen. Zondagskatholieken dus. Maar wat in het doordeweekse leven? Er zijn veel moslims die dankbaar gebruik maken van het recht op vrije meningsuiting en niet aarzelen om openlijk voor hun geloof uit te komen. De meeste christenen zijn daar zeker niet op gebrand. Ik denk niet dat er één te vinden is die letterlijk gehoor geeft aan wat het evangelie vraagt en van de daken roept wat hij gelooft. Minder kras gezegd: niemand van ons voelt er iets voor om met zijn christelijk geloof te koop te lopen. Echt gevaarlijk mogen we het niet noemen, maar we vrezen dat het toch niet zonder enig gevaar is.

Jezus zei tegen zijn apostelen dat ze geen schrik moesten hebben van de mensen die het misschien op hun lichamelijk leven gemunt hadden. Wat ze wel moesten vrezen, was dat met hun lichaam ook hun ziel zou omkomen. De ziel van een mens, dat is zijn diepste wezen, de geest die hem bezielt, zijn antenne voor God. Wie zich die gerichtheid op God laat afpakken of ze verloren laat gaan, is zichzelf kwijtgeraakt.

Ons staat zeker niemand naar het leven omdat we christen zijn. Het is onze ziel die gevaar loopt. Wordt ze niet gefnuikt als we ons tegenover de buitenwereld schamen voor wie en wat we zijn? Je wendt die bedreiging van je ziel of door je schaamte te overwinnen. Als we de waarde van het christelijk geloof hoog schatten, zwijgen we er niet over, tegenover niemand en nergens waar het te pas komt. Als men ons vraagt: 'waarom doe je niet zoals iedereen?', zeggen we zonder te aarzelen: 'omdat ik christen ben.' Of: 'waarom maak je het jezelf lastig?'- 'omdat ik christen ben'. 'Waarom ga je hier dwarsliggen?' -'Omdat ik christen ben'. In alle bescheidenheid tonen we ons fier op ons christelijk verschil. We tonen de kostbaarheid, de levensvervulling, de levensvreugde die in het christelijk geloof te vinden is en bieden die aan anderen aan.
Nu zeker mogen we er niet over zwijgen, want het komt wel degelijk te pas. Neutrale waarnemers onderstrepen dat "zeker in deze materialistische en individualistische tijd een grote publieke behoefte bestaat aan spiritualiteit, ethische reflectie en geestelijke verdieping" (Marc Reynebeau in De Standaard, 31 mei). Er ligt hier - een beetje platvloers gezegd misschien - voor ons een gat in de markt. Wat plechtiger gezegd: een kans en een uitdaging. Het moet onze ambitie zijn, om niet te zeggen onze opdracht - om, ieder op zijn manier, de signalen die in onze kerk op rood staan te helpen doven. Om het licht voor de toekomst op groen te doen springen.

Het mag herhaald worden: we hoeven niet bang te zijn. Bang dat we ons belachelijk maken, bang om in de hoek te worden geduwd, om op tegenkanting te stuiten, of nog erger. Het evangelie zegt het met een bemoedigend beeld. Als het God niet onverschillig laat wanneer één enkele mus op de grond valt, hoe zouden mensen dan niet op hem mogen vertrouwen, want één mens is meer waard dan een hele zwerm mussen. "Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld."

Een zondag als deze is een gelegenheid bij uitstek om uit volle borst en met volle overtuiging het mooie lied van Oosterhuis te zingen: 'God die ons heeft voorzien en kent bij onze naam'. Geen mens die hem weerhoudt om onze God te zijn. 'Als God zo voor ons is, wie zal dan tegen zijn? Al wat ons overkomt, zal hoop en zegen zijn.'

B.J. De Clercq o.p.

 
  Prekenlijst